donderdag 5 december 2013

ABIDA M.S. SHELL TANKERS B.V. (DEEL 1-A)

M.S. ABIDA.

24 MEI 1972 T/M 9 NOVEMBER 1972.


Het m.s. Abida is een tanker van de A-klasse. Ze werd in 1957 opgeleverd met de roepletters PCBP door de scheepswerf P.Smit jr. te Rotterdam. Het schip had een draagvermogen van 19.226 BRT en vervoerde hoofdzakelijk 'witte' aardolie producten. Varend onder de Nederlandse vlag deed ze dienst tot 1985 waarna ze werd gesloopt. Haar voortstuwing was een zeven cilinder Burmeister & Wain motor van het type;
74-VTBF 160.


OP 23 mei 1972 met de KLM vanaf Schiphol naar Athene gevlogen met de Boeing 747 "De Donau" en op 24 mei et Pireus, de zeehaven van Athene, aan boord gestapt van het m.s. Abida. 


                                           ( De twee stuurboord motoren van de Boeing 747.)


                                              ( De verhoogde cockpit van de Boeing 747.)


                                   ( Sneeuw lag er nog genoeg op de bergen van de Alpen.)


Te Pireus werd het eerste deel van de lading gelost en de rest was voor de haven van Korinthe.
Na het lossen te Korinthe kregen we orders om de Atlantische Oceaan over te steken om te gaan laden te CuraƧao.

NIET MANOEUVREERBAAR.


In de vroege ochtend met de rots van Gibraltar in zicht klonk er in de machinekamer een zware plof waarna de gehele machinekamer vol uitlaatgassenrook van de hoofdmotor stond. De hoofdmotor werd gelijk gestopt en de machinekamer geventileerd. Al snel bleek de plof uit de achterste uitlaatgassenturbine te zijn gekomen. De uitlaatgassenturbines worden aangedreven door een groep van drie of vier cilinders van de hoofdmotor door de uitlaatgassen uit de verbrandingscilinders. Deze gassen drijven een schoepenwiel aan dat weer een waaier aandrijft wat de verse verbrandingslucht naar de verbrandingscilinders perst.


Bij verdere inspectie bleek het uitlaatgassen turbinewiel niet meer mee te draaien. De brug werd in kennis gesteld, dat het schip tijdelijk niet manoeuvreerbaar zou zijn en dat er getracht zou worden dit euvel zo snel mogelijk te verhelpen. Twee zwarte ballen werden in de mast gehesen zodat de overige scheepvaart op de hoogte zou zijn van onze situatie.
Iedereen die beschikbaar was van de technische dienst werd opgetrommeld en er werden werkploegen ingedeeld die elkaar na vier uur zouden aflossen. Zo werd er begonnen met de demonteren van het uitlaatgassen deel van de uitlaatgassenturbine.


Zo melde zich al snel een zeesleper met de vraag of we assistentie nodig hadden, daar we midden in een druk bevaarbare zeeroute lagen te drijven en niet konden manoeuvreren. We bedankten ze voorlopig daar eenmaal een sleeptros vast aan het schip dit de maatschappij aardig wat geld zou gaan kosten. Dus stelden we dit aanbod voorlopig of helemaal uit.
Deze zeeslepers worden niet voor niets de "Aasgieren van de golven" genoemd.


Bij het openen van het uitlaatgassen turbinehuis ontdekten we dat een stukmetaal van het uitlaatgassen rooster, wat geplaatst is in de uitlaatgassenleiding voor de inlaat had losgelaten en zich als een keg had vast gezet tussen het schoepenwiel en het huis. 



Daar de as met het turbinewiel verwijderd moest worden werd ook het inlaatgedeelte voor de te comprimeren verse verbrandingslucht losgekoppeld en werd de waaier ervan verwijderd.



Gelukkig had het turbinewiel geen beschadiging opgelopen en werd dit na het met as en al was verwijderd  grondig gereinigd van aanslag van de uitlaatgassen.


Het reinigen van de schoepen van aangekoekte zwavel- en rookgas asdeeltjes koste veel tijd en precisie daar anders het geheel uit balans zou kunnen geraken.


Het turbinehuis werd inwendig gereinigd en al de bouten en moeren goed gangbaar gemaakt voor een snelle montage.


Het werd werken tegen de klok, daar aan beide zijden van het schip de kusten van Noord-Afrika en Spanje langzaam dichterbij kwamen.


Al met al viel al langzaam de avond toen we op eigen motorvermogen veilig door de Straat van Gibraltar konden varen op  weg naar de Atlantische Oceaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen