woensdag 30 oktober 2013

KHASIELLA S.S. SHELL TANKERS B.V. (SLOT)

S.S. KHASIELLA.

6 JUNI 1971 T/M 3 SEPTEMBER 1971.

Onverwachts een reisje naar Rotterdam om daar zware stookolie te gaan laden voor de Dominicaanse Republiek.


We lagen dit keer aan een steiger vlak bij het strand wat lokte om na het werk een stevige strandwandeling te maken.



Bij het vallen van de avond kwamen de vissersbootjes terug met hun vangst en werden de bootjes het strand opgetrokken.



Naast ons aan het steiger lag een sleepboot van de Dominicaanse Marine welke nog een stoommachine had als voortstuwing en voor de stoomproductie een gemoderniseerd keteltje met een oliebrander. Het was een echt museumstukje.



( Fort Nassau op Curaçao waar het scheepsradiostation is gevestigd.)

Na het lossen in de Dominicaanse Republiek keerden we terug naar Curaçao om een lading stookolie te gaan laden voor Birkenhead bij Liverpool in Engeland.



Het binnenvaren van het Schottegat waar de raffinaderij is gevestigd. Rechts de scheepjesbrug om achter ons weer te sluiten.


Aangezien onze lading nog niet klaar was namen we de gelegenheid om onderling wat wachten te wisselen en zo konden we dan eens lekker ontspannen gaan zwemmen en zonnen aan het strand van het Avila Beach Hotel. 


Ook eens de kans waar genomen om naar boven te gaan met een auto naar Fort Nassau, vanwaar we een uitzicht hadden over de baai met de raffinaderij en de aldaar liggende schepen. In het midden de Khasiella.

Nadat de lading aan boord was zijn we vertrokken naar Birkenhead en kon ik afscheid nemen van de Khasiella en vloog ik van Liverpool naar Amsterdam. 

KHASIELLA S.S. SHELL TANKERS B.V. (DEEL 1-C)

S.S. KHASIELLA.

6 JUNI 1971 T/M 3 SEPTEMBER 1971.

                                      CHESTER. (UK)


De oudste bewoners, de Britons, noemden de plaats Caerlyon. Ruim 2000 jaar geleden vestigde de Romeinen zich hier en bouwden een fortificatie op een lage zandstenen heuvel aan de oever van de rivier de Dee en noemden deze vesting Deva.
In 400 na Christus werden de Romeinen hier verdreven door de Britons, Saxons en Scots.
Nog vele oude delen van de vestingmuur die eens rond het centrum van deze stad stond herinneren nog aan die tijd.

DE KATHEDRAAL.



Chester staat bekend om zijn enorme kathedraal welke in het hart van deze oude vestingstad staat en welke al meer dan 900 jaar oud is. Het is een zwaar robuust bouwwerk en de toren heeft geen spits.


( Het koor in de kathedraal.)


Het westelijke raam dat geplaatst is in 1961 nadat het oorspronkelijke verwoest was bij een Duits bombardement in de WO II. Hierop staan afgebeeld Maria met het kind Jezus en Jozef omringt door de Noordelijke Heiligen.


Nog een fraai glas in lood raam waarin de lijdensweg van Christus is weer gegeven.


Naast de kathedraal ligt nog een oud klooster met zijn wandelgangen rond een fraai aangelegde binnen tuin met vijver.


De kloostertuin omringt door de wandelgangen welke voorzien zijn van glas in lood vensters.


HET OUDE CENTRUM.

Het oude centrum van Chester is iets wat je moet beleven. Denk het moderne verkeer weg, concentreer je op de gevels van de oude panden en je bent terug in de late middeleeuwen. Fraaie oude panden met vakwerk gevels en glas in lood vensters.



Een zeer mooie straathoek is die van de Bridge street en de East Gate street met de historische panden 'Stone Cross'.


Onder de woongedeelten van deze panden loopt een voetgangers galerij over de lager gelegen winkeltjes.



Een van de drukte winkelstraten is die van de East Gate. Dit was vroeger de in- of uitgang, gelegen in de stadsmuur, van het stadscentrum. Boven in het midden van de boog van deze doorgang staat een fraaie klokkentoren.



De klokkentoren gezien vanaf de stadsmuur.



De stadsmuur zelf is al een stukje geschiedenis als je de verschillende lagen in steensoorten bekijkt welke door de eeuwen heen zijn gebruikt voor het bouwen en weder opbouwen na oorlogsgeweld. Boven op de muur staat de oude King Charles toren.

In de tijd dat we vaak Chester bezochten stond de Engelse Pound laag ten opzichte van de Nederlandse Gulden en was het inkopen doen geblazen. Zo'n dag sloten we meestal af met een lekker hapje eten in een klein kelder restaurantje wat we hadden gevonden, de 'Swiss Cellar', met een goede menukaart (niet van de Engelse keuken). 





dinsdag 29 oktober 2013

KHASIELLA S.S. SHELL TANKERS B.V. (DEEL 1-B)

S.S. KHASIELLA.

6 JUNI 1971 T/M 3 SEPTEMBER 1971.


Te Curaçao werd er geladen voor St.Domingo in de Dominicaanse Republiek. In de verte de nog in aanbouw zijnde brug over het Schottegat.


Het stuurboordanker gereed om te laten vallen in geval van nood bij het naderen van het lossteiger te St. Domingo.




( De kust bij St. Domingo was zeer rotsachtig en de golven sloegen zich er op kapot.)

Na het lossen van de lading te St. Domingo kregen we orders om naar Lake Charles bij Galveston niet ver van de stad Houston op te stomen om daar te gaan laden voor Swansea in Engeland. 



Tijdens de vaart naar Lake Charles passeerden we enorme water gebieden die volstaan met olie boorplatforms. Of ze nog productief waren of niet ze bleven er gewoon staan.


( Het opgelegde slagschip Texas met rechts een oorlogsherdenkingsmonument.)

Na het lossen te Swansea bleven we reisjes maken op diverse havens van de Engelse kust. Laden te Milfored Haven voor Birkenhead bij Liverpool en zo kwamen we regelmatig in Stanlow in de monding van de Mersey rivier die van de stad Manchester komt. Deze rivier is niet bevaarbaar en als waterverbinding is er het Manchester Shipping Canal aangelegd. Om de raffinaderij te Stanlow te kunnen bereiken moesten we gedeelte van dit kanaal bevaren. Het is niet meer dan een stinkende moddergoot waardoor het de bijnaam "Manchester shit canal" verkreeg.
In deze tijd bezochten we regelmatig het fraaie stadje Chester.

KHASIELLA S.S. SHELL TANKERS B.V. (DEEL 1-A)

S.S. KHASIELLA.

6 JUNI 1971 T/M 3 SEPTEMBER 1971.

Met de KLM via Madrid en Caracas naar Curaçao gevlogen, waarbij we we over het eiland Trinidad vlogen. Op 6 juni 1971 stapte ik te Caracas baai op Curaçao aan boord van deze K-klasse tanker.


( Vlucht over het eiland Trinidad.)

K-KLASSE TANKER.


De Khasiella is een tanker van het type K-klasse. Een klasse die overeenkomt met de Engelse H-klasse.
Het schip met het roepsein PFJH en een tonnage van 19.346 BRT werd in 1956 opgeleverd door de Nederlandse Dok-en Scheepswerf Maatschappij in Amsterdam. Het schip deed dienst tot 1979 waarna het werd gesloopt.
In deze jaren werden er 17 van deze klasse tankers gebouwd op verschillende Nederlandse scheepswerven.


( Doorsnede en indeling van een K-klasse tanker.)

De schepen hadden een voortstuwing volgens het ontwerp Parson Marine Engineering and Turbine Research and Development, en gebouwd door de firma Werkspoor. Dit geheel bestond uit een hoge-druk- en een lage-drukturbine elk voorzien van een afzonderlijk gedeelte voor het achteruit draaien.
Stoom werd geleverd door twee Foster Wheeler waterpijpketels met een werkdruk van 35 kg/cm².


De omwentelingen van de turbine installatie werd via een tandwielreductie op de schroefas overgebracht tot 100 omwentelingen per minuut en met een vermogen van 7500 as pk.
Twee door stoomturbines aangedreven generatoren van 550 kW leverden draaistroom van 60 hz / 450 Volt aan het net. Een 20 kW motor gedreven generator leverde stroom in noodgevallen.


( Fort Beekenburg aan de Caracas baai te Curaçao.)

Deze schepen hadden vier vertikale centrifugaalpompen door stoomturbines aangedreven voor het verpompen van de lading met 400 ton per uur. Deze pompen waren opgesteld in de van de machinekamer gescheiden pompkamer.
Het schip had 33 ladingtanks gelegen tussen twee cofferdammen.


( Oud Spaans geschut op fort Beekenburg.)

De opbouw van deze schepen met een gescheiden midden- en achterschip opbouw was recht toe recht aan.
Ook de inrichting van de accommodatie was sober. Alle hutten van de officieren, buiten de staff officieren, en die van de bemanning hadden geen plafond afwerking en zo keek je tegen pijpleidingen en kabelgoten aan. Verder voor de lagere rangen gezamenlijke douche- en toilet ruimte.
In die periode hadden deze schepen 56 tot 60 opvarenden, officieren en bemanning.


De Kahasiella vervoerde hoofdzakelijk zwarte producten, zoals ruwe aardolie en zware stookolie voor elektriciteit centrales.

Te Caracas baai werd brandstof gebunkerd waarna er bij de raffinaderij in het Schottegat zware stookolie werd geladen voor Cristobal bij de ingang van het Panama kanaal.
Na het lossen te Cristobal keerden we terug naar Curaçao.  

vrijdag 25 oktober 2013

ONOBA S.S. SHELL TANKERS B.V. (DEEL 2-E)

S.S. ONOBA.

28 MAART 1977 T/M 6 JUNI 1977.

Te St.James werd maar de helft van de lading gelost. De andere helft moest gelost worden in Corpus Christie in Texas.


( Kerk aan de wal te Corpus Christie Texas.)

CURAÇAO EN VERLOF.


Na het lossen van de rest van de lading te Corpus Christie gingen we terug naar Curaçao. Intussen had ik bericht gekregen dat ik bij aankomst te Curaçao met verlof zou gaan.
Van een bevriend echtpaar dat op Curaçao werkte had ik het aanbod gekregen als ik te Curaçao met verlof zou gaan om een weekje bij hun te komen logeren.
  

( Mijn logeeradres op Curaçao.)

Via het agentschap aan kantoor Rotterdam toestemming gevraagd en deze hadden er geen bezwaar tegen dat ik een week later zou terug vliegen naar Nederland.
In die week verkenden ik met mijn gastvrouw het eiland in alle windstreken.



( Dat de passaatwind altijd uit de zelfde richting kwam was duidelijk aan deze boom te zien.)


( 'Haastig spoed is zelden goed'; is een van de leefregels op het eiland.)


( De zeegrot in de koraalkust Boca Table.)

In 1977 was het eiland nog niet overspoeld met overwinteraars uit Nederland en waren er maar een paar hotels. De toeristen die je er zag kwamen meestal met een cruiseschip uit de Verenigde Staten van Amerika en deze bleven meestal in Willemstad rondhangen om hun dollars uit te geven. 


Maar een weekje van rondzwerven, op plaatsen komen waar je geen mans tegen kwam, zwemmen en duiken in zee was voorbij voor ik het wist. Zo vloog ik dan uiteindelijk met KLM terug naar Nederland.



dinsdag 22 oktober 2013

ONOBA S.S. SHELL TANKERS B.V. (DEEL 2-D)

S.S. ONOBA.

28 MAART 1977 T/M 6 JUNI 1977.

Weer terug bij de monding van de Mississippi gingen we weer ten anker wachtend op orders om op te stomen naar St.James om onze lading te lossen.


                        ( Het naamsein 'Onoba' in code vlaggen en de Stars and Stripes in top.)

VISWEDSTRIJD.

Zoals eerder bij het wachten aan de monding van de Mississippi werd er een viswedstrijd georganiseerd.
Niet het vangen van zomaar een zeevisje, maar het vangen met behulp van een zeevisje als aas, van een haai.
Natuurlijk ging het erom wie aan het einde van de middag de grootste en zwaarste haai had gevangen.


Er werd gevist met een nylonuitloper waaraan een stalen haak was bevestigd met eraan het aas. De nylonuitloper was vaak bevestigd aan dun staaldraad of een zwaar stuk touw.


En zowaar er was beet! Maar om deze haai naar boven te krijgen lieten we om de uitloper een steveige touwstrop zakken die om de kop van de haai kwam te zitten en we zo meer kracht konden zetten om hem aan dek te hijsen. 


Het was dit keer een stevige hamerhaai die zich eenmaal aan dek niet snel gewonnen gaf.


Met vereende krachten werd het beest uiteindelijk aan een weegschaal opgehangen om het gewicht te bepalen en de lengte op te meten.


De winnaar was deze middag de radio-telegrafist die de doos gekoeld bier in ontvangst mocht nemen en gelijk uitdelen.


                                                       ( Het grote oog van de hamerhaai.)

Uiteindelijk werd het beest weer overboord gegooid om verder te zwemmen en als dat niet meer kon als prooi te dienen voor zijn soortgenoten.
Natuurlijk werden er ook kleine haaien gevangen en deze vangst werd door de Chinese bemanning gelijk van hun vinnen ontdaan wat voor hun een delicatesse was. De rest was weer voer de de vissen!


Zo'n middag was niet alleen een viswedstrijd maar ook een fotowedstrijd tussen de opvarenden. Maar het verliep in een gezellige en gemoedelijke sfeer.








ONOBA S.S. SHELL TANKERS B.V. (DEEL 2-C)

S.S. ONOBA.

28 MAART 1977 T/M 6 JUNI 1977.

RONDJE CUBA EN 'LICHTEREN'.

Zoals afgesproken kwamen onze gasten met behulp van de rivierloods in New Orleans aan boord nadat we onze lading te St.James hadden gelost.
Daar we pas op een vast gestelde datum op de rede van Curaçao aan  moesten komen voor het overnemen van een deel van de lading van de Engelse Shell Tanker de Limnea van 315.695 BRT. voeren we met een economische snelheid via een ander zeeroute terug dan dat we heen waren gevaren.


Het werd voor onze gasten een 'Rondje Cuba', wat zoveel mogelijk werd gemaakt zover de voorschriften het toestonden met de kust van Cuba in zicht. Op de rede van Curaçao werden onze gasten door de zeeloods van boord gehaald nadat hun reis was afgesloten met een gezellige satay party op het achterdek.

LICHTEREN. 

We zochten onze wachtpositie op, nadat we door een sleepboot voorzien waren van onze fenders. Fenders zijn een soort stootkussens onder lage druk welke tussen de twee schepen komen e liggen om staal op staal contact te voorkomen tijdens het lichteren.
In het Engels heet dit een 'ship to ship' operatie.


Langzaam nadert de Limnea haar positie om te gaan drijven en te wachten op het moment dat de Onoba langszij komt.

                                              ( De fenders langszij de romp van de Onoba.)


                                ( Het achterschip van de VLCC het s.s. Limnea met haar lading.)


              ( Langzaam naderen de twee schepen elkaar. De Limnea uitdrijvend en de Onoba varend.)


                                   ( Met een uiterste precisie naderen de twee schepen elkaar.)


        ( Hevig klotst het zeewater tussen de twee scheepsrompen bij het naast elkaar komen te liggen.)


( Beide schepen liggen naast elkaar en worden onderling met elkaar verbonden door de trossen van de Onoba.)

( Na het aankoppelen van de ladingslangen vanaf de Onoba kan het overpompen van de lading gaan beginnen vanuit de Limnea naar de Onoba.)

Nadat de Onoba het gewenste deel van de lading van de Limnea aan boord had gekregen werden de slangen afgekoppeld en weer aan boord van de Onoba gehaald. Hierna werden eerst de voortrossen los gemaakt waardoor de schepen langzaam uit elkaar gingen drijven terwijl de achtertrossen langzaam werden gevierd. Eenmaal ruimte genoeg tussen de schepen was het de Onoba die weg zou varen van de Limnea.
Wij koersten weer naar de Misssisssippi om onze lading te St.James te gaan lossen en de Limnea bleef wachten op de volgende lichter tanker.

Het lichteren van deze VLCC (supertankers) wordt op zee gedaan, daar ze door hun diepgang nergens op de kust van Amerika een ligplaats kunnen vinden aan de wal. Het wordt op de rede van Curaçao gedaan vanwege de goede weersomstandigheden daar het weer in de Golf van Mexico onverwachts kan verslechteren door orkanen.