donderdag 26 september 2013

NOORD SUMATRA. (3) INDONESIA PULANG KEMBALI. (23)

HET DORPJE LINTONG NI HUTA.

We maakten deze tocht vanuit Siantar met een leenwagen met een goed motor vermogen samen met onze gastheer en vrouw en zoon Tony die reed. Daar het nog steeds behoorlijk regende zagen we weinig van het Tobameer toen we op de hoger gelegen weg er langs reden zo laag hing het wolken dek.


In Barapat moesten we ruim een uur wachten op de autoveerboot naar Samosir eiland en het bleef maar regenen.


( De was stond met recht in de week.)


Daar we lang op de veerboot moesten wachten besloten we om maar wat te eten om de inwendige mens te versterken en de tijd door te brengen.


( Ook deze kleine Batak genoot volop van zijn maaltijd.)


Eenmaal aangekomen was het eerst al de auto's via de laadklep te ontladen van de veerboot. Iedere vierkante meter wordt gebruikt. Intussen maakte de jeugd zich klaar voor het duiken naar muntjes die door de passagiers in het water worden gegooid vanaf de veerboot. Ze kennen alleen het merk "Adam" als zwembroekje.



( Het waren echte 'waterratten' zo goeds konden ze zwemmen en duiken.)


( We naderen het eiland Samosir met een volgepakt dek met vracht- en personen auto's.)


( Het mysterieuze meer Sidihoni boven op het eiland Samosir.)


Nadat we het Sidihoni meer waren gepasseerd verslechterde de weg en was het meer een tocht over losliggende stenen en door modderige waterpoelen.
In het dorpje Lintong Ni Huta woonden de voorouders van mijn reisgenoot en staat ook het familiegraf. In een van de weinig overgebleven traditionele Batak huizen woont nog een familie lid. 
Ik was daar voor het laatst geweest in 1992 toen zijn ouders werden bijgezet in het familiegraf  en in  2005 voor een kort bezoek. Het was ook pas in 2005 dat er in het dorp elektriciteit en stromend water werd aangesloten.


We werden door de familie aldaar zeer hartelijk ontvangen en de oude baas, die nu zeker in de tachtig is, herkende me gelijk en omhelsde me met tranen in zijn ogen. Het was eerst bijpraten met een kop koffie van eigen plantage en daarna heerlijk eten. Bruine rijst en een visgerecht. Het was aan mij de eer om een gebed uit te spreken.


( Op de achtergrond het familie graf weerspiegeld in het water van een klein meertje.)


Terwijl de familie over het leed en welzijn in gesprek was, maakte ik een wandeling rondom het dorp. Kleine meertjes, koffie- en ananas plantages, grazend vee en overal bergen en groen om je heen. Een plaats van rust, stilte en vrede.
Als laatste voor weer te vertrekken brachten we gezamenlijk een bezoek aan het familiegraf en was er een moment van stilte en gebed ter nagedachtenis aan de overledenen. 


( Op de achtergrond de Toba vulkaan in de sluiers van de bewolking en de ondergaande zon.)


Zo viel al snel de avond en gaf de zon haar laatste reflectie in het water op de sawa.
Terug bij de veerboot was er de nodige vertraging, daar bij het ontschepen een auto tot over zijn wielassen in de modder was weggezakt. Dus gingen we maar een hapje eten.


Weer terug op de veerboot bleken nog steeds de twee kleine jongetjes aan boord te zijn die met hun schelle stemmen Batak liedjes zongen en er natuurlijk een zak centje mee trachten te verdienen.

Het was laat in de avond eer we weer terug waren in Siantar en konden napraten over het bezoek aan Samosir en de daar nog wonende familie. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen