zondag 19 februari 2012

KECAK DANS. BALI.

De Kecak- of Apendans is een van de bekendste dansen waarin Hanunan een rol speelt. Hanunan is de leider van het apenleger uit de Ramayana vertellingen.
De dans is boeiend met een adembenemende intensiteit en fanatieke opvergave gespeelde Kecak. Van oorsprong was het een bezwerende, pantomimische koordans om het slechte af te wenden; zoals natuurrampen en ziekte epidemieën. De dans kon vroeger zolang duren totdat de dansers er volledig uitgeput bij neervielen.
Bij deze dans is geen begeleiding van een gamalan-orkest, maar wordt het muzikale gedeelte overgenomen door het koor van de dansers.



De Kecak-groep bestaat uit mannen gekleed in een zwart-wit geblokte lendendoek met bloot bovenlijf en blote voeten. Het zingen is zeer kenmerkend door de klank in verschillende ritmes en tempo's van het "tjak - tjak - tjak".
De dansgroep zit in een cirkel en maakt met handen en armen deinende bewegingen, waarbij de bovenlichamen vaak overelkaar heen komen te liggen. Ze worden tijdens het opzwepende kecak geroep als een storm voortgejaagd; tegen de grond geworpen, weer omhoog komend en van links naar rechts en andersom geslingerd.

Door de toevingen van de Ramayana aan de traditionele Kecak-dans was er een speciale rol voor Hanunan in de dans. Sinds de toevoeging wordt het ook wel de 'Apendans' genoemd. Binnen de cirkel van de zangers verschijnen de rijkelijk uitgedoste personages met maskers.
Ook voor ons Westerlingen is als je dit meemaakt een meeslepend geheel. Het is een extatisch rituele dans.






Aan het einde van de Kecak-dans verschijnen er twee jonge danseressen, de widadaris (hemelnimfen), die door de goden naar de aarde zijn gestuurd. De danseressen raken door de zang volledig in trance gedurende hun dans, ze dienen als medium en geven de aanwezige priester het antwoord van de goden; hoe en wat te doen om het onheil te voorkomen.


Aan het einde van de dans duurt het weer even eer ze weer geheel bij hun positieven zijn. Na informatie ingewonnen te hebben bij bekenden, werd me medegedeeld dat bij de dans geen hallucinerende middelen zijn gebruikt.




Als afsluiting wordt er midden op de vloer een vuurmat aangelegd van brandende kokosbast voor de Sanghyang Jaran Dans (vuurdans). Hieromheen danst, opgezweept door de zang, de priester die geheel in trance geraakt. Volledig in trance betreedt hij de vuurmat en trapt deze al dansend uit met zijn blote voeten, waarna hij zich terugtrekt uit de cirkel om uit de trance te komen. Opmerkelijk is, dat hij totaal geen brandwonden onder zijn voetzolen heeft, wat bij ons Westerlingen wel indruk achterlaat.






Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen