woensdag 15 februari 2012

EXOTISCHE KRUIDEN. (Deel 3)

NOOTMUSKAAT.

De ouderen onderons kennen nog het nootmukaat raspje uit de keuken, waarop de noot werd geraspt boven de boontjes of de spruitjes. Zowel de hele noot als gemalen is nootmuskaat te koop en er zijn zelfs muskaatnootmolentjes te verkrijgen.

Maar hoe moet je nu zo'n nootmuskaat vrucht voorstellen? We kennen allemaal de perzik, waarom de pitvrucht het vruchtvlees zit en in de pit weer een soort 'amandelnoot' zit. Maar om de pitvrucht van de nootmuskaat zit nog een zachte mantel, maar daar later meer over.


De nootmuskaat is de noot van een vrucht van de nootmuskaatboom die in regenrijke tropische gebieden wordt geteeld. De noot zit in een vlezigevrucht met okergele kleur en is iets groter dan een abrikoos. De pit, waar het omgaat, is door een harde schaal omgeven en om de schaal zit de zaadmantel.



Na het drogen barst de schaal en komt de muskaatnoot vrij en laat ook de zaadrok, rood van kleur los. De muskaatnoten worden na het drogen met kalk bepoederd aantasting door insekten, zoals de wormvlieg, tegen te gaan.


De muskaatbomen komen voor in Indonesië, India, Sri Lanka en Grenada. Ook om het monopolie van de handel en de verkoop van dit specerij van de Banda eilanden is in de 17e eeuw veel strijd geleverd tussen de Nederlanders ( de VOC) de Portugezen en de Engelsen.


FOELI.

Zeg je nootmuskaat dan zeg je ook foeli. Ze horen bij elkaar.

Foeli is de gedroogde zaadmantel van de nootmuskaat. Het woord is afgeleid uit het Latijns van folium.


De zaadmantel die niet volledig de noot afsluit lijkt op een netje zonder dwars draden. De zaadmantel die een typische rode kleur heeft wordt na het drogen oranje-achtig van kleur. Tijdens het droog proces wordt de foeli met zoutwater besproeid. Foeli is een smaakmaker in soepen en sausen.


De VOC had lange tijd het monopolie op de verbouwing, de oogst en de handel in de nootmuskaat en de foeli, die toen alleen op de Molukken voorkwamen.








Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen