woensdag 27 juli 2011

LE VOYAGE DE RETOUR. [ MERCREDI (FIN.) ]

TROI JOURS MERVEILLEUX PARIS. WOENSDAG SLOT.


DE REIS NAAR HUIS.

Na het parkeergeld van de garage te hebben voldaan, reden we de Seine bruggen ov er om zo langs de oostelijke Sedine oever naar de rondweg om Parijs te rijden. Via het verkeersplein Porte de Bercy kwamen we op de rondweg terecht en het was tegen drieën toen we de autosnelweg richting België opreden. Veel werd er niet gesproken en ieder was met zijn eigen gedachte bezig.


Er hing een lichte nevel en op sommige plaatsen lag er wat stuifsneeuw in de berm van de weg, maar dit nog maar het begin te zijn van het winterse weer op onze thuisreis.


Eenmaal in België begon de winterse ellende pas goed op de weg. Het bleek daar goed gesneeuwd te hebben en zodoende was er kwistig met zout gestrooid. De hierdoor ontstane drap in combinatie met de vorst deed de voorruit van de wagen, door de opgeworpen natte troep door tegenliggers en voor ons rijdende wagens, veranderen in een ondoorzichtelijk scherm.
Het zou allemaal niet zo'n probleem zijn geweest, als de ruitensroeiers hadden gewerkt, maar aangezien er nog geen antivries in het watertankje zat, was alles bevroren.
Steeds even schoonkrabbend en goed uitkijkend reden we naar het eerst volgende tankstation, maar daar hadden ze het water reeds afgesloten vanwege de vorst en viel er dus weinig schoon te maken en om zo verder te rijden vonden we onverantwoord.




Uiteindelijk kregen we bij het tankstation een emmer te leen, na aankoop van antivries, en haalden daarin warmwater bij het naast gelegen wegrestaurant. Zo wisten we alles te ontdooien en de ruit schoon te krijgen. Zo werd de reis verder voortgezet na dit koud oponthoud.






Ook in Zuid-Limburg lag de nodige sneeuw iets wat we niet verwacht hadden. Zo besloten we voor we doorreden naar huis eerst een lekker hapje te gaan eten in een ons bekende bistro met goede keuken. Ook het thuisfront werd inkennis gesteld, dat we weer in het land waren.



ZO EINDIGDEN DE DRIE FANTASTISCHE DAGEN IN PARIJS.








EPILOOG.
Zo vernamen we, dat in de afgelopen dagen die we in Parijs hadden doorgebracht, het in het gehele land slecht weer was geweest. Het wegverkeer had veel last ondervonden van sneeuw en ijzel.
Na deze slechte weertijdingen te hebben vernomen, kwamen we tot de conclusie, dat we enorm geboft hadden met het weer en keken zodoende met nog meer plezier terug op de mooie winterse najaarsdagen in Parijs.

MONTMARTRE. [ MERCREDI (1).]

TROI MERVEILLEUX PARIS. WOENSDAG DEEL 1.

Ons laaste Franse ontbijt. De bagage ingepakt en bij de hotelbalie in bewaring gegeven, daar we deze ochtend wilden besteden om een bezoek te brengen aan de Sacré Coeur de Montmartre.
Het was nevelachtig en kouyd deze ochtend en buiten enkele opklaringen zou het weer niet veel beter worden. Op de Boulevard St.MIchel namen we de metro naar Rue Montmartre, We waren nu aardig vertrouwd met dit ondergrondse vervoersysteem van Parijs. Vanaf het metrostation aan de Rue Montmartre was het niet ver meer lopen, door de smalle en drukke straatjes van Montmartre, naar de Sacré Coeur. Hier liepen dan ook alle rassen door elkaar heen en sommige trachten hun koopwaar aan te bieden, maar schrokken er niet voor terug om openlijk een ander van zijn uitgestalde koopwaar te bestelen. Het was dus goed oppassen geblazen!






Montmartre was tot 1860 een klein, zelfstandig, schilderachtig en landelijk dorpje, waar het leven rustig en goedkoop was en rond de top van de 130 meter hoge (104 meter boven de Seine) Bulle Montmartre lag. Aangetrokken door genoemde eigenschappen werd het in de helft van de vorige eeuw de wijk van schilders en kunsttenaars, nadat het een arrondissement van de stad Parijs was geworden.

De verbasterde naam kent twee verhalen omtrent haar oorsprong:
De eerste zegt; dat de naam overigens niet ontoepasselijk afstamt van de Romeinse god Mercurius, de god van de handelaars en dieven die in een tempel op de top van de Butte werd vereerd. Van deze tempel bestaan nog overblijfselen.
Het twee verhaal; zoekt het meer in de Christelijke grondslag en neemt aan dat de oorspronkelijke naam Martyrum (martelaarsheuvel) was, alwaar drie geestlijken in het jaar 272 door de Romeinen werden vermoord.
Wat de waareheid ook mag wezen; de beide verhalen zitten er niet ver naast, want gehandeld, gestolen en gemoord wordt er nog steeds.

Tegenwoordig staat Montmartre bekend als de uitgaanswijk met een verzameling dansgelegenheden, caberets, nachtclubs en het eigentijdse 'amusement', zoals sex etc. De rose warme buurt behoort eigenlijk niet tot het oude Montmartre, maar tot de lager gelegen buitenwijken.


( De Butte Montmartre met de baseliek Sacré Coeur an Place St. Pierre.)

Tot de bekendste monumenten, die het stadsbeeld van Parijs beheersen, behoort na de Eiffeltoren wel de Sacré Coeur, de baseliek die pralend met zijn blanke koepels de heuvel Montmartre bekroont. Ondanks de onvriendelijke kwalificaties als 'suikerbakkerswerk'. of 'de lelijkste kerk van Parijs', is niet te ontkennen, dat dit bouwwerk door zijn ligging, zijn afmetingen ( 100 meter lang, 50 meter breed en de grootste koepel 83 meter hoog) en zijn exotisch cachet indruk maakt op iedere bezoeker van Parijs.
Het exotische is trouwens maar schijn, want het voorbeeld voor de baseliek is binnen de Franse grenzen gevonden. Het is de kathedraal St.Front te Périqueux die de architect tot inspiratie diende.

In 1876 begon men aan de bouw van de baseliek. Het idee, om op de Butte Montmartre, het hoogdte punt van de stad Parijs, een aan het Heilige Hart gewijde basiliek te bouwen, sproot voort uit een gelofte door de Franse katholieken gedaan in het rampzalige oorlogsjaar 1870 (overwinning van Duitsland), in deemoedige hoop op betere tijden.
Merkwaardig is het, dat de basiliek juist aan het einde van de daarop volgende oorlog met Duitsland, in 1919, gereed kwam.







Het was een hele lange bouwperiode voor dit groots opgezette bouwwerk. Voor de fundatie alleen al, moesten 83 putten gegraven worden van 38 meter diepte, welke weer gevuld werden met metselwerk. Via de trappen, in totaal 144 treden, vanaf het Palce St.Pierre en door het park aan de voet van het bouwwerk, dat we hoog boven ons zagen uitrijzen, naderden we het voorplein van de Sacré Coeur. Het was redelijk rustig met het aantal bezoekers op de trappen, daar de meesten met de autobus tot voor de ingang werden voorgereden. Dank zij een opklaring hadden we toch nog een redelijk uitzicht over de stad Parijs.



Boven de ingang, met zijn drie zware bronzen deuren, prijkt het beeldhouwwerk van het Heilige Hart en de ruiterbeelden van Lodewijk de Heilige en Jeanne d'Arc. In de baseliek was een orgelspel met zang gaande en daar bleven we even naar zitten luisteren. Het interieur, waarin het licht van allekanten door de grote kerkramen binnenstroomt, is getooid met schilderwerk in opzichtige kleuren en reusachtige mozaïken. Zoals de meeste bezoekers voinde we intressant de grote kopel in te klimmen. Vanaf de binnengalerij keken we neer in de geweldige kerkruimte, waarvandaan de orgelmuziek ons tegemoed klonk, buiten op de koepel hadden we een fraai uitzicht over de stad Parijs. Na nog wat rond de Sacré Coeur gewandeld te hebben liepen we verder naar Place du Tertre. Voor hen die geen zin hadden de trappen te gebruiken om de Butte te bereiken of af te dalen waren er twee cabinekabeltrams.





Place du Tertre het vroegere dorpspleintje van Montmartre met het oude raadhuisje er op, was vroeger het centrum voor artiesten en kunstenaars. In de periode van 1880 tot aan de Eerste Wereldoorlog werkten en leefden hier veel kun stenaars uit vele landen en zochten hooggeplaatsten en rijk met aardse goederen gezegenden hier hun vertier op de Butte. Nadien maakte de vreemdelingen industrie zich er meester van en zochten de artiesten hun heil in Montparnasse, daar de prijzen onbetaalbaar werden voor hen. Nu staan er alleen nog de massa produktie schilders en tekenaars op het pleintje en trachten hun werk voor vaak veel te veel betaald geld te slijten aan de onnozele toerist. Ook de kleine, vroeger goedkope restaurantjes, in de er op uitkomende straatjes, waar je vroeger een eenvoudig en goed maal at, zijn nu dure toeristische eetgelegenheden geworden. Een goede bak koffie om weer wat warm te worden was nog betaalbaar.


Zo wandelden we door de smalle straatjes van Montmartre, naar de Place Pigalle met de Moulin Rouge. Hier wordt dan de toerist s'nachts alles aangeboden wat met tucht en ontucht te maken heeft en waar duur voor betaald moet worden.



Zo kwamen we nog enkele oude kerkgebouwen tegen, maar besteden er niet veel aandacht meer aan, daar het tijd werd dat we huiswaarts zouden keren. Met de metro keerden we terug naar Qartier Latin, waar we eerst nog de inwendige mens versterkten, onze hotel rekening te betalen en de bagage in de auto te laden en terug te rijden via België naar Nederland.











dinsdag 26 juli 2011

FOLLIES BERGÉRE. [ MARDI 2).]

TROI JOURS MERVEILLEUX PARIS. DINSDAG DEEL 2.



Follies Bergére werd geboren vlak na de oorlog in 1870 en groeide uit voor Parijs tot een symbool in de showwereld. Traditie is sterk aan dit theater, maar men is er niet conservatief en brengt een show in Franse stijl.
Dertien letters in de naam Follies Bergére en zo ook in de naam van de show "Follies de Paris". Buiten de 70 artiesten die voor een wervelend programma zorgen op het podium, werken er achter de schermen nog eens 130 mensen mee om deze show te doen slagen.
Voor diverse decors, vloeren etc. worden er in totaal 60 lieren gebruikt die 40 ton van dit materiaal verplaatsen.
Maar de Follies Bergére is niet alleen een theater; het is een gebouw van vier verdiepingen, waarin buiten het theater, ook kleedkamers, werkplaatsen, wasgelegenheden en reinigingsruimten voor 1500 costums, 900 hoofddeksels en 450 paar schoenen zijn onder gebracht. Als het ware een kleine showfabriek.

Voor de show wandelden we door de hal, die niet super de luxe was ingericht, maar wel sfeer en stijl vol met veel rose en rood. Uit de 1700 zitplaatsen in de zaal en op de balkons hadden we een paar goede plaatsen uitgezocht en hadden zodoende een ruim uitzicht op het podium.
Intussen begon de zaal aardig vol te lopen en hoorden we vanuit het publiek talen spreken uit alle windhoeken van de wereldbol.
Het beloofde wat te gaan worden en het werd ook wat. Een show waaraan we nog lang zouden terug denken. Het was in een woord fantastisch en we kwamen ogen te kort om de dames (bruidsmeisjes) te bewonderen, die er gekleed als half naakt er best mochten zijn.





Zo bleven we van de ene verrassing in de andere vallen en van een rustig stuk ging het over in een laaiend en vurig volgende stuk show. Dit was pas volop genieten, waarbij je de kou buiten volledig vergat. Het mocht dan wel wat gekost hebben om de goede plaatsen te krijgen, maar spijt hadden we er zeker niet van. Maar helaas aan al dit mooie kwam ook een einde.





Zo wandelden we na de show nog wat door de verlichte straten van het nachtelijk Parijs. Om verder nog veel te ondernemen hadden we geen zin meer in en dronken onder weg in een kleine gelegenheid een paar biertjes alvorens terug te keren met de metro naar Boulevard St. Michel.

Tot de bouwwerken die de sky-line van Parijs markeren, behoort ook de hoekige toren St. Jacques. De toren is 52 meter hoog en zoals hij daar nu alleen staat, is hij niet altijd geweest, want tot 1797 vergezelde hij de kerk van St. Jacques la Boucherie.
Tijdens het Directoirebewind werd de kerk gesloopt, maar liet men de toren ongemoeid.
Ook hier liepen we weer enige clouchards tegen het lijf. De vermoeidheid van het zwerven door Parijs begon langzaam de overhand te krijgen en zo keerden we terug naar het hotel.
We hadden de ochtend van de volgende dag, alvorens huiswaarts te keren, nog wat op ons programma staan en dan was het; AU REVOIR PARIS !

maandag 25 juli 2011

VERSAILLES. [ MARDI (1).]

TROI MERVEILLEUX PARIS. DINSDAG DEEL 1.

Overal spierpijn van de rond zwerven van de vorige dag, maar een warme douche gaf nieuwe energie. Na het bekende Franse ontbijt eerst bij de receptie verzocht om twee goede zitplaatsen te reseveren voor de komende avond voor de show bij Follies Bergére.

In het metroi station van Boulevard St.Michel konden we op een rechtstreekse lijn stapppen naar Versailles. De buitenwijken, alwaar de metro bovengronds reed, gaven een troosteloze indruk en dan over rommelig maar niet te spreken.
Het was vanaf het metro station in Versailles niet ver lopen naar het paleis, maar het was een koude wandeling, daar het intussen goed was gaan door vriezen en een koude wind met bevroren neerslag onze gezichten striemde.



Via Place d' Armes stonden we voor het bijzonder fraaie Paleis van Versaille; een toeristencentrum met een wereld reputatie en een totaal andere geaardheid dan de stad Parijs. Hier was niet het jachtige verkeer van de metropolis. De drommen mensen die hier in de vakanties dagelijks het paleis en de tuinen komen bezichtigen waren er nu ook niet en wat er wel rondliepen waren verkleumde Japanners. Zo keken was vanaf het Cour Royal, waarop het ruiterstandbeeld van Lodewijk de 14e staat. naar het beroemde paleis.





( De achterzijde van het paleis bij avond en weerspiegeld in een van de vele vijvers)


In het begin was Versailles een klein jachtslot. Het werd in 1624 door Lodewijk de 13e gebouwd en reeds in 1631 liet hij het weer door een ander gebouw vervangen. Lodewijk de 14e voelde zich tot dit slot aangetrokken en liet het tussen 1661 en 1681 steed verder uitbreiden. Op 6 mei 1682 besloot hij er het Hof en de zetel van de regering te vestigen en verliet hij het Louvre in Parijs.
Versailles behield deze bestemming tot 6 oktober 1789, de dag waarop de koninklijke familie naar Parijs moest terug keren door het uitbreken van de Revolutie. In de jaren 1793-1794 is het paleis geheel leeg gehaald en tot op heden is men nog steeds bezig met het restaureren ervan en het inrichten van de vertrekken.
Napoleon was de eerste die met de restauratie begon, maar pas na de Eerste Wereldoorlog is het groots aan gepakt. Uit alle landen van de wereld keren nu uit musea de roerende goederen, die tot het paleis hebben behoort, terug.


Versailles was gedurende meer dan een eeuw de hoofdstad van Frankrijk en behalve paleis dus ook regeringscentrum met ministers, ambtenaren en hun woningen.
Alleen het middelste gedeelte van het paleis diende tot woonruimte van de koning. De zuidelijke- en de noordelijkevleugel ( aan de laatste werd later een kapel en de opera toegevoegd ) waren bestemd voor de prinsen en de hofhouding. Aan weerszijden werden nog vleugels aangebouwd voor ministers en de persoonlijke bedienden van de koning.
Aan de overzijde van de Place d' Armes, tegenover het paleis, bevonden zich de koninklijke stallen en de koetshuizen.


Men kan dus wel stellen, dat zich in Versailles ten tijde van de regeringen van Lodewijk de 14e, 15e en 16e, de hele Franse geschiedenis heeft afgespeeld.
De koningen die er gewoond hebben, waren liefhebbers van muziek, literatuur, theater en kunst en maakten zo hun hoofdstad tot het Europese centrum van de 17e rn 18e eeuwse cultuur.
De basis collecties van het museum het Louvre hebben deel uitgemaakt van de koninklijke verzamelingen.


( La Galeries des Glaces. "De Spiegelzaal". Lengte 73 meter, breedte 10,5 meter en hoogte 12,3 meter.)


Via staatsie vertrekken, waarvan de meesten namen droegen van Griekse- of Romeinsegoden, welke voorzien waren van druykke wand- en plafondschilderingen, druk bewrkte deuren met bladgoud en diverse soorten marmer, kwamen we uiteindelijk uit in de Spiegelzaal.
Deze zaal is in schoonheid der kunst nog nimmer overtroffen. Hier werd o.a. op 28 juni 1919 het Verdrag van versailles getekend, dat het einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog, maar werd ook in 1871 Wilhelm de 1e tot keizer van Duitsland uitgeroepen.

Via de spiegelzaal liepen we de vertrekken van de koningin binnen. Deze waren nog drukker aangekleed met diverse schilderingen en tierenlantijnen, maar waren daarom niet minder indrukwekkend. Zo geschiede het dan, dat we voor het bed stonden van hare majesteit, waarin negentien koningskinderen waren geboren, iets wat we ons met moeite konden voorstellen zo klein het was en met alles wat er omheen hing, maar het was toch geschied.

De kroningszaal waar we even later binnen stapten trok toch meer onze aandacht, vooal door het enorme schilderij aan de wand, wat de kroning van Napoleon uitbeelde in 1804. Het bleek een replica te zijn van het orginele doek wat we reeds in het Louvre hadden zien hangen.

Om wat te bekomen van al het drukke schilderwerken etc. maakten we eerst een stevige wandeling door de bijna winterachtige paleistuinen, waar het uit de wind goed vertoeven was.


( De beeldengroep in de Apollovijver.)

In de tuinen was men reeds druk bezig alles gereed te maken voor de komende winter en zodoende stonden de meeste stenen beelden geheel ingepakt en waren de fonteinen reeds buiten wewrking gesteld, wat we erg jammer vonden. Op de meeste vijvers lag alreeds een dun laagje ijs.
Het enorme park is een waar meesterwerk en vertoont een typische Franse tuinaanleg met talloze beelden, vijvers en fonteinen en is zeker niet minder grandioos dan het paleis. Vooral als alles in bloei staat moet het een ware lust voor het oog zijn. Via een zijuitgang van het paleis waren we in de tuin terecht gekomen bij de twee grote vijvers achter het paleis, waar omheen diverse bronzen beelden staan. Na de trappen te zijn afgedaald kwamen we in het Perk van Latona, wat ook met een prachtig fontein was uitgerust. Het geeft de godin Latona met haar kinderen Diana en Apollo weer, terwijl Jupiter smeekt om haar te wreken op de Lycische boeren die haar hadden bespot. De boeren werden veranderd in amfibieën en sikeren de onderste lagen van het fontein.

Zo liepen we verder naar de Apollo vijver die vlak voor het Groot Kanaal ligt. De vijver dateert uit 1671 en kwam inplaats van een basin uiit de tijd van Lodewijk de 13e en heeft de vorm van een vierlobbigblad en meet 117 bij 87 meter. De vroeger vergulde loden beeldengroep in het midden van de vijver stelt Apollo voor in zijn strijdwagen. De gehele voorstelling moet de opgaande zon zijn; vier vurige paarden trekken op hun vlucht door het luchtruim de uit de zee opstijgende zonnewagen mee. Wandelend langs het Grote Kanaal liuepen wwe in de richting van Le Grand Trianon, maar dat bleek reeds gesloten te zijn.

Het Groot Kanaal, wat 1560 bij 120 meter is en in 1667 tot 1680 werd gegraven werd door de koningen gebruikt om te spelevaren met vaak natuur getrouw nagemaakte modellen van hun vloot. Het vormt een kruis met het er dwarsopliggende Kleine Kanaal..


Vroeger was dit alles een moerasbodem en moest het eersdt gedraineerd worden alv orens men met de aanleg en beplanting kon gaan beginnen. Daarna moest een schepradinstallatie worden gebouwd, teneinde het water uit de Seine te kunnen gebruiken voor de kanalen en de vijvers. Verder wanddelend door het park kwamen we bij de Drakenvijver uit. De op zwanen gezeten kinderen gaan met pijl en boog de woedende draak te lijf. Als het fontein in werking is, spuit het watere 27 meter hoog uit de muil van de draak. Het geheel werd in 1889 in oude staat hersteld.


Intussen werd het ook tijd om aan de eigen inwendige mens te denken en aten we een smakelijke maaltijd in het restaurant, waarna we verder op verkenning uit gingen.


Als eerste bezochten we de vertrekken van de koning en betraden zo eerst de zaal van de lijfwachten, wat vrij somber was ingericht, om daarna in de antichambres te komen.
In de eerste dineerde de kon ing in het openbaar en in de tweede wachten de prinsen en de edelen tot de koning opstond en ze zijn slaapkamer mochten betreden. Via deze antichambre had de koning ook toegang tot de vertrekken van de koningin.
Via de tweede antichambre betraden we de slaapkamer van de koning, die geheel gerestaureerd was in zijn oorspronkelijke pracht en praal. Boven het bed, dat is omhangen met gordijn en van brokaat, is een alkoof geplaatst; "Frankrijk wakend over de slaap des konings", wat nog uit de tijd van de Zonnekoning dateert. Hier speelden zich de nodige ceremonies af rond het opstaan en naar bed gaan van de koning. Het was opvallend dat in de vertrekken van de koning de drukke plafondschilderingen ontbraken, maar het was allemaal zeer kunstig en indrukwekkend.

Zo kwamen we in de prive vertrekken van de koningen en het was Lodewijk de 14e die deze liet inrichten, maar later zeker Lodewijk de 15e die ze liet uitbreiden, daar hij wenste zich terug te trekken in minder deftige en meer intiemere kamers. Hier kwamen we de verzamelingen van de koningen tegen die zeer uitgebreid en kostbaar waren. Veel indruk maakte de bibliotheek van de koning, alwaar de deuren waren weggewerkt achter panelen die er perfect uitzagen als boekenkasten. Ook het cilinderbureau in de werkkamer van de koning was een stukje vakkunstwerk voorzien van de meest geheime en slinkse kastjes en laadjes.

Zo hield de koning voor zich er ook een eigen biljartzaal opna, de zogeheten speelzaal, waar ook gekaart en andere gezelschapsspelen werden gedaan. Dat hij ook een liefhebber was van muziek blijkt uit de zeer fraaie opera in de noordelijkevleugel van het paleis. Het doek van het podium van de opera was versierd met het koningklijkewapen en met Franse lelies.
Prachtige kristallen kroonluchters zorgden voor een sfeervolle verlichting.

Na de laatste rondleiding vonden we het genoeg en keerden we met de metro terug naar Parijs. De lucht bleef grauw en er bleef steeds een lichte bevroren neerslag uitvallen, wat het buiten vertoieven onaangenaam maakte. Terug in het hotel onze reserveringen voor de show die avond in de Follies Bergére in ontvangst genomen. Snel wat inkopen gedaan zoals stokbrood, paté, kaas en wijn, omdat in alle rust op de kamer te nuttigen, daar we niet veel tijd hadden om uitgebreid te gaan eten. Om acht uur moesten we bij de Follies Bergére zijn.


zondag 24 juli 2011

HOTEL DES INVALIDES en de avond. [ LUNDI (3).]

TROI MERVEILLEUX PARIS. MAANDAG DEEL 3.

Het Hotel des Invalides en de Dôme, waren overdekt met een prachtige gouden glans door de ondergaande zon. Hier ligt het stoffelijk overschot van een van s'werelds beroemdste veldheren, Napoleon Bonaparte. in een tombe.
Op zoek naar de ingang vanm het Musée de L'Armee zwierven we over de galerijen, waarop diverse kanonnen stonden van verschillende jaargangen. In het museum stonden veel oude wapens tentoongesteld en er was ook veel te zien uit de periode van de veldtochten van Napoleon, zoals vlaggen en vaandels. Ook veel bekende plaatsnamen uit Nederland kwamen we er tegen. Maar uiteindelijk waren we hier om de tombe van de beroemde veldheer-keizer te zien.


Napoleon, begaan met het droevige lot van zijn afgedankte invalide soldaten, die aangezien sociale voorzieningen nog steeds tot de onbekende grootheden behoorden, grotendeels van bedelen moesten leven, gaf hij Lodewijk de 14e in 1670 opdracht Hotel des Invalides te bouwen.
In vijf jaar tijd was het enorme bouwwerk, dat 7000 invalide soldaten onderdak kon verschaffen gereed; door zijn uitvoering en doel een monument voor s'konings grootheid en weldadigheid.

Het imposante gebouwen complex, waarvan maar een gedeelte is te bezichtigen, bedraagt aan oppervlakte 127.000 vierkante meter, een lengte van 450 meter en grootste breedte van 390 meter. De lengte van de voorgevel aan de Place des Invalides meet 210 meter.
Het militaire element valt gelijk op, daar het voorplein is omgeven door een droge gracht met muren. Thans wonen er nog slechts een kleine honderd oorlogs gewonden en in de vrijgekomen ruimtes zijn nu bureaus van- en het militaire museum ondergebracht.

De vroegere soldatenkerk St. Louis werd omgebouwd en de Dôme des Invalides genoemd, naar de machtige koepel die de kerk overwelft. De koepel is geheel met bekleed met loden platen, een gewicht van 260.000 kilogram, en bedekt met bladgoud. Het interieur van de in de vorm van een Grieks kruis gebouwde kerk is indrukwekkend door zij grootte luister aan schilderijen, beeldhouwerken en de kostbare materialen. De kerk wordt soms nog wel eens voor goddienstige plechtigheden gebruikt, waarop het pompeuze hoofdaltaar met zijn gedraaide kolommen en baldekijn wijst, maar het is in werkelijkheid een mausoleum.
In de zijkapellen van de kerk zijn graftomben ondergebracht van de broers en enkele generaals van Napoleon, als mede o.a. van generaal Foch en Vauban.
Het centrale punt is echter het graf van de grote Franse Keizer Napoleon.



Eind 1840 werd het stoffelijk overschot van Napoleon overgebracht naar Parijs en na een triomftocht via de Arc de Triomphe en de Champs Elys'ees op een ongehoorde koude vijftiende december voorlopig geplaatst in de soldatenkerk St. Louis van Hotel des Invalides.

Eenentwintig jaar lang bleef de kist daar staan tot de definitieve rustplaats van de keizer gereed zou zijn. Dit moest worden in het centrum van de Dôme des Invalides, onder de koepel.

Om de harmonie niet te verstoren van het gebouw en het uitzicht op het hoofdaltaar niet te belemmeren, werd een open crypte uigegraven, op de bodem waarvan het praalgraf staat, een graftombe, 4 meter lang, 2 meter braad, en 4,5 meter hoog, die men kon zien door een grote ronde opening.


Aan de altaarzijde gaat een trap naar de galerij, onderin de crypte, aangelegd rond de sarcofaag.
Het voetstuk bestaat uit groen graniet uit de Vogezen en de sarcofaag uit een enormblok roor porfier, wat met veel moeite uit Engeland werd gehaald.
Achter de crypte bevindt zich de laatste rustplaats van het "Adelaarsjong", de zoon van Napoleon. Het werd hierheen overgebracht uit Wenen op 15 december 1940, precies een eeuw na zijn vader. Dit was een geschenk van de zich de 'erfgenaam van Napoleon' noemende Adolf Hitler, in de ijdele hoop het Franse volk hiermee gunstig voor zich te stemmen.

Zo viel langzaam de duisternis over de stad Parijs. Het was te laat om nog een bezoek te brengen aan het museum van Rodin en wandelend langs de Seine, op weg terug naar het hotel, kwamen we langs het Assemblée Nationale wat zwaar bewaakt werd door politie. Wandelend over Boulevard St.Germain was het etalages bekijken waarin mooie artikelen te zien waren, maar ook zeer aan de prijzige kant. Onderweg nog een paar flessen wijn gekocht om de smaak ervan niet te vergeten en als opwarmertje terug op de hotelkamer.
Ondanks het gevoel dat we onze benen tot aan onze knieën hadden afgesleten gingen na ons opgeknapt te hebben een hapje eten. Een klein restaurantje in een heel oud pandje met een smakelijk dagmenu en goede huiswijn deed ons goed. Schaaltje leeg, het werd bijgevuld en zo ook het wijnglas en de rekening viel 100% mee. We waren dan ook met recht verzadigd toen we in de richting van de Notre Dame liepen om een paar nachtelijke opnamen te maken.


( De Notre Dame de Paris in de schijnwerpers.)

Terwijl we meer slenterden, want stevig doorlopen was het niet meer te noemen, zagen we op de banken bij de Notre Dame de Paris de eerste clouchard van die dagen liggen slapen in de tevens eerste sneeuw die uit de grauw geworden lucht viel. Ook bij nacht hadden in de schijnwerpers staande gebouwen hun charme.


Zo verder wandelend kwamen we weer bij het stadhuis uit, wat ook prachtig verlicht was, met op het voorplein sierlijke lantarens met gekrulde armen.


Zo heeft Parijs met vele werelsteden gemeen, dat het stadhuis niet bepaald tot hetr belangwekkenste monumenten behoort. Het wel imposante gebouw met zijn blanke muren tegen over Ile de la Cité is op een wijd plein gelegen op de rechter oever van de Seine.

Het is een 19e eeuwse imitatie van een oorspronkelijk renaissance stadhuis, dat er sinds het midden van de 16e eeuw stond.

Het plein voor het Hôtel de Ville heeft een historische geschiedenis die bij de Romeinen reeds is begonnen, maar een lugubere rol gespeeld heeft in de Franse geschiedenis. Hier vonden de nodige executies plaats, waarbij gebruik werd gemaakt van het schavot, de galg, het rad en later de guillotine. In 1830 kreeg het plein pas zijn huidige naam, die voorheen Place de Gréve was, om alle bloedige herinneringen uit het geheugen te bannen. Nu het Place de l'Hôtel de Ville.









vrijdag 22 juli 2011

ARC DE TRIOMPH - TOUR EIFFEL. [ LUNDI (2).]

TROI JOURS MERVEILLEUX PARIS. MAANDAG DEEL 2.

Het langzaam oplopen, de enorme breedte en de afsluiting door de Arc de Triomphe, geven aan de Champs Elysées een indrukwekkend perspectief. De achtrijbanen brede weg wordt geflankeerd door dub bele rijen geparkeerde auto's en brede trottoirs, die voor de helft worden ingenomen door terrassen. Dart het de duurste boulevard is ter wereld blijkt wel aan de prijskaartjes die we in de etalages zagen liggen van de bekende modehuizen.
Terwijl we rustig genoten van een kop espresso, zagen we Parijs aan ons voorbij gaan in alle mogelijke types en kleding varianten. Bij het Franse Verkeersbureau wipten we even binnen, voor was informatie voor onze tocht de volgende dag en het variéte s'avonds.
Zo stonder we even later aan het einde van de Champs Elysées en keken uit over Place Charles de Gaulle met in het midden de Arc de Triomphe.




( Place Charles de Gaulle met in midden de Arc de Triomphe en rechtsboven de Champs Elysées)

Vroeger was de naam van dit verkeerplein, Place Etoille, wat ster betekend, daar er in totaal twaals avenues op uit komen. De 50 meter hoge Arc de Triomphe vormt het middelpunt van deze ster.


De Arc de Triomphe werd gebouwd naar Romeins voorbeeld, maar dan tweemaal zo groot. Napoleon is er de geestelijke vader van; hij wilde de glorie van de Franse legers en zich zelf in een monument vereeuwigd zien.
In 1806 begon men met de bouw die dertig jaar latere voltooid was. De buitenzijde van de boog is met beeldhouwwerk verfraaid. Aan de zijde van de Champs Elys'ees zagen we de meest geslaagde beelden groep, rechts de " Marseillaise", het vertrek van de vrijwilligers uit 1792 voorstellende met er boven de begrafenis van Marceau.
Aan de linkerkant de "Triomphe van 1810", met daar boven de slag om Aboukir. Aan de zijde van Avenue Kleber staat de slag bij Jemappes afgebeeld, aan de zijde van Avenue de la Grande Armee rechts het '"Verzet" met er boven de " Brug van Arcole", links de "Vrede" en daarboven de iname van de stad Alexandrië. Aan de zijde van de Avenue de Wagram tenslotte de "Slag bij Austerlitz".













Op het fries, dat het gehele monument omringt is het vertrek en de terugkeer van de Franse legers uitgebeeld, de figuren zijn meer dan twee meter hoog. Op de binnenmuren zijn de wapenfeiten vermeld en de namen van enkele honderen generaals. Van hen die op het slagveld zijn gebleven zijn de namen speciaal onderstreept. Ook het plafond van de boog is prachtig bewerkt. In de hoofdpoort, is in 1920 een Franse 'Onbekende Soldaat', gevallen in de Eerste Wereldoorlog, herbegraven en een eeuwig brandende vlam gedenkt nu alle gesneuvelden Fransen uit de twee wereldoorlogen.



Na een entree bewijs gekocht te hebben gingen 284 traptreden, ronddraaiend omhoog naar het platform op het monument. We genoten er van de verschillende uitzichten over de stad Parijs. Onder ons raasde het verkeer over de enorme Place Charles de Gaulle, met een diameter van 240 meter. Het kleine museum, wat zich boven in de Arc de Triomphe bevindt, werd ook aandachtig bekeken evenals de diaserie over de bouw van de Arc de Triomphe. Nog genietend, uit de wind, van het zonnetje en uitzicht besloten we om de Avenue Kleber af te lopen in de richting van de Eiffeltoren en onderweg uit te kijken naar een gelegenheid om te inwendige mens te versterken.



( Palais de Chaillot op Place du Trocadero gezien vanaf de Eiffeltoren.)



Eenmaal aan het einde van Avenue Kleber aangekomen, stonden evenlater op Place du Trocadero, waar het Palais de Chaillot ligt. Dit modserne gebouw ligt op een hoogte aan de oever van de Seine recht tegen over de Eiffeltoren en het Champs de Mars. Het Palais werd gebouwd in 1937 voor de Wereldtentoonstelling. Het gebouw besaat uit twee symetrische gebogen vleugels, verbonden door een terras, waaronder Théatre Chaillot ligt, zetel van het Théatre National Populaire. Vanaf het terras, waarop tientallen beelden prijken, heeft men een facinerend uitzicht op de Seine en de linkeroever met de Eiffeltoren en daarachter de Champs de Mars en de Ecole Militaire. Twee trappen afdalend, met daartussen de fonteinen, in de Jardin du Trocadero leiden naar de oever van de Seine.



Snel de camera gepakt om een paar opnamen te maken, maar het bleef bij één opname, want bij het de tweede keer de sluiterknop in te drukken van de camera stopten de fonteinen met spuiten. We waren met stomheid geslagen. Het bleek afgelopen te zijn met het waterfestijn, daar de vorst stevig begon door te zetten. Na de Seine weer te zijn overgestoken stonden we even later aan de voet van de Eiffeltoren en besloten deze maar eens te bestijgen met de lift en van het uitzicht over Parijs te genieten. Voor het entree bewijs van gelukkig geen lange wachtrij, dus dat viel mee.





De eerste etage van dit stalen kolos ligt op een hoogte van 57 meter, de tweede op 115 meter en de derde op 274 meter. In 1909 is er serieus sprake van geweest om de Eiffeltoren af te breken, maar radiozenders die in de top zijn gevestigd hebben dit kunstwerk gered. Met de televisiezenders die er later zijn bijgekomen is de totele lengte van de toren 320 hoog geworden. Bij een harde wind kan de toren maximaal 12 cm. uitwijken en bij grote warmte nog 15 cm. langer worden.





Boven op de derde verdieping van de toren was het ijzig koud in de wind, maar toch was het genieten van het fantastische uitzicht over Parijs, alsof het als een plattegrond voor je ligt opengevouwen. Werd de Eiffeltoren in het begin van zijn bestaan door velen voor onestetisch gehouden, nu is men er helemaal aan gewend en vindt men hem zelfs mooi. Dit stalen kolos is het symbool geworden van de stad Parijs tot in alle windstreken van de aarde. In 1887 begon men met de bouw ervan op de linker oever van de Seine. Het door ingenieur Eiffel ontworpen monument, voor de tentoonstelling ter herdenking van de honderste verjaardag van de Franse Revolutie, moest alles overtreffen. In 1889 was de toren klaar, 300 meter hoog, toen het hoogste bouwwerk ter wereld. Het gewicht aan staal wat er is gebruikt, is ruim 7000 ton en de vier pijlers rusten op fundamenten die ruim 10 meter de grond in gaan en waarvan de zijden 26 meter lang zijn.

Terug op de beganegrond wandelden we naar Hotel des Invalides. [ zie Lundi (3).]
















woensdag 20 juli 2011

HET LOUVRE ETC. [ LUNDI (1).]

TROI JOURS MERVEILLEUX PARIS. DINSDAG DEEL 1.

Onder het motto "pluk de dag", na een petit dejeune, stevig aangekleed weer op pad gegaan.
Het was helder en zonnig vriesweer, maar de wind was gemeen koud. Zo liepen we langs de oever van de Seine tot aan Pont des Arts, waar we rivier zijn overgestoken naar het museum in het Louvre.


( De kleine Arc de Triomphe achter het Louvre op Place de Carrousel.)

Het Louvre ( Palais du Louvre), waarvan de naam komt van het Romeins Lupara, speelde in de vroegere middeleeuwen reeds een rol in de Parijse samenleving.
De eerste bouw, omstreeks 1204, fungeerde als een ontmoetingsplaats voor de jacht. Koning Karel de 5e gebruikte het als zijn residentie, maar in de zestiende eeuw verbleven de toenmalige vorsten liever op hun kastelen aan de rivier de Loire.

In het jaar 1571 gaf de vorst Frans 1e de eerste opdracht tot de algehele verbouwing en onstond Cour Carree, zoals het er nu nog uitziet in zijn huidige vorm. Niet veel later werden de Tuilerieën gebouwd in opdracht van de vrouw van Hendrik de 3e, maar om de verbinding tussen het paleis, het Louvre, te bewaren, werden de gebouwen met elkaar verbonden met wat tegenwoordig de zuidelijke gevel van het Louvre is.
Door de verdere jaren heen bouwden en verbouwden de bouwmeesters er aan in opdracht van diverse koningen. De gebouwen raakten zwaar in verval, toen Lodewijk de 14e naar het Versailles verhuisde en helemaal toen de Parijse bevolking er woonbarakken van maakten. Het kraken van panden blijkt dus niet van deze tijd te zijn!
Napoleon neemt de restauratie weer terhand en laat de noordgalerij aan Rue de Rivoli bouwen.
De kleine triofboog op de binnenplaats, Place de Carrousel, werd in 1808 opgericht en diende later als voorbeeld voor de grote Artc de Triomphe op het nu geheten Place Charles de Gaulle. De voltooiing van het Louvre vond plaats onder Napoleon de 3e. Toen uiteindelijk de noordelijke verbinding klaar was tussen het Louvre en de Tulerieën, was er één groot complex onstaan.

Gelukkig behoefden we niet lang in de rij te staan om een entree bewijs te verkrijgen voor het wereld beroemde museum. De kunstschatten die er in bijeen zijn gebracht zijn uniek op de wereld. Het was tiidens de Franse Revolutie, dat definitief besloten werd om van het Louvre een museum te maken. De kunstschatten door Napoleon uit verschillende landen weggeroofd, maakten er een van de rijkste musea ter wereld van.

Op de overloop van de trap uit de entree hal bevindt zich het beeld van Nike van Samothraki, vervaardigd tegen het einde van de derde eeuw voor Christus, tergelegenheid van de overwinning van de vloot van Rhodos.
Het beeld wat voorsteld een gevleugelde vrouwen figuur, werd in 1863 op een Grieks eilandje ontdekt.
Zo zagen we veel oude fresco's, mozaïeken, sarcofagen, bustes en de nodige andere oude beelden. Het viel ons wel op, dat de oude Grieken en Romeinen de gewoonte hadden de man geheel naakt af- of uit te beelden, terwijl de vrouw meer gekleed ging.
Latere schilders bleken er weerr andere meningen over te hebben.

In de Sale de la Vénus de Milo zaggen we het gelijknamige beeld staan van de godin van de liefde, in het Grieks Aphrodite geheten. Het beeld werd in 1820 door een boer ontdekt op het eiland Milos en door bemiddeling van de Franse ambassadeur te Constantinopel aangekocht.
het is beroemd om zijn majesteitelijke houding en ideale proporties.


Zo werden de schilderijen met de veldslagen er op van Napoleon er op afgebeeld bekeken, schiderstukken van Hollandse- en Franse meesters en zo kwamen we dan bij de Italiaanse schilderkunst terecht.

Een van de beroemdste stukken die we daar zagen was de wereld bekende Mona Lisa van Leonardo da Vinci, met haar mysterieuze glimlach, maar het maakte weinig indruk op ons dit kunstwerk.
Maar op een zeker moment vonden we binnen blijven genoeg daar we langzaam overvarzadigd raakten met al deze kunst.

Na het museum te hebben verlaten, sloegen we rechtaf onder de Porte la Trémoille door en kwamen zo op Place du Carrousel uit, waarvan we reeds een prachtig uitzicht hadden op de Place de la Concorde, de Champs Elysées en de hoger gelegen Arc de Triomphe. We liepen verder via de Tuileries in de richting van Place de la Concorde.


De naam de Tuileries is nu nog maar een herinnering; de vleugels van het paleis werden tijdens de bloedige en historische opstand in 1871 verwoest. De ruïnes van de Tuileries bleven tot 1884 staan, waarna de Derde Republiek ze liet opruimen. Op het gebied waar eens de Tuileries stonden is nu alleen nog een groot park, Jardin des Tuileries, met aan beide zijden verhoogde terrasen en er tussen grote vijvers en beelden galerijen uit de mythologie.Via een zeer fraai hek, dat de Jardin de Tuileries afsluit, kwamen we op Place te la Concorde.

De Place de la Concorde is het grootste en indrukwekkendste plein van Parijs en misschien wel van heel de wereld. Het plein was een geschenk van de stad aan Lodewijk de 15e. het werd aangelegd tussen de Tuileries en de Champs Elysées. Tot het jaar 1792 heette het Place Louis de 15e, maar de grote revolutie bracht hier verandering in er werd het Place de la République.
Hier werd de guillotine opgericht in 1793 en er vielen meer dan 1300 hoofden door het mes. Het werktuig, dat zoveel bloed deed vloeien werd in 1795 voor de hekken van de Tuileries verwijderd, waarna de naam werd gewijzigd in Place de la Concorde, wat "Eenheid" betekend.

In 1836 werd de 22,83 meter hoge obelisk uit Luxor (Egypte) opgericht Deze werd door de Egyptische vorst Mohammad Ali aan Louis Philippe geschonken voor zijn bewezen diensten in de oorlog tegen de Turken. Het plein zelf kwam pas in 1790 gereed. Ook bij de obelisk hadden we een uniek uitzicht, enerzijds naar de Arc de Triomphe en anderzijds door de Tuileries op het Louvre. Na kans gezien te hebben om tussen het drukke verkeer door over te steken stonden we dan aan het begin vamn de langzaam oplopende Champs Elysées, wat wel de beroemdste boulevard van Parijs is en uitkomt op het drukke Place Charles de Gaulle.



dinsdag 19 juli 2011

QUARTIER LATIN. [ DIMANCHE (SLOT).]

TROI JOURS MERVEILLEUX PARIS. MAANDAG SLOT.



Met de starende ogen van een draak, op een van de hoeken van de Notre Dame de Paris, op onze rug gericht keerden we terug naar het Quartier Latin.



Het Quartier Latin, deze - na het Ile de la Cité - oudste wijk van de stad Parijs bleek niet alleen intressant te zijn door zijn historische gebouwen, maar vooal door zijn bijzondere sfeer, die het dankt aan de talloze studenten van de Sorbonne, de beroemste en tevens wel de oudste universiteit van het Westen.


Sedert het jaar 700 brachten de studenten reeds het leven en vertier in het Quartier Latin, zogenoemd naar het Latijn, de officiële taal van de Sorbonne, waarin gedoceerd werd en die de uit allerlei landen komende studenten ook gebruikten tot 1789.
Het Latijn is inmiddels vervangen door de Franse taal.



De Boulevard St.Michel ( of Boul 'Mich' zoals de studenten zeggen), alwaar ons hotel lag, is een van de grootste verkeerswegen die in de laatste eeuw door het Quartier Latin zijn getrokken, gegarneerd met vrij hoge gebouwen, waar achter de oude studenten stad schuil gaat.

Zo dwaalden we al genietend door de oude, vaak schilderachtige, nauwe straatjes met hun studenten kroegen, diverse eethuisjes etc, afgewisseld door prachtige kerken en historische gebouwen.

Op een klein pleintje, tussen de oude gebouwen en de eethuisjes, was een pantonime danser bezig een opvoering te geven en wist hierbij heel goed van het om hem heen staande publiek gebruik te maken, waarbij de lachspieren ook loskwamen.

Koud geworden, van het stilstaan bij het kijken naar de danser, keerden we tegen zessen terug naar ons hotel, alwaar we ons eerst op een verwarmende borrel trakteerden. Na ons wat te heben opgefrist eerst gecontroleerd of alles in orde was met de auto en zijn daarna op zoek gegaan naar een eetgelegenheid. We hadden er niet bij stilgestaan dat hier de restaurants pas om 20.00 uur open gingen. Rammelend van de honger dan maar bij een Grieks restaurant naar binnen gestapt, wat wel open was.


Het voorgerecht bestond uit Griekse salade, waarbij we een glas witte wijn dronken, waarna we het hoofdgerecht voor gezet kregen, wat uit diverse stukken gegrild vlees bestond met rijst en gepofte aardappels. Bij het hoofdgerecht een fles Griekse rode wijn genuttigd en het geheel afgerond met koffie en cognac. We hadden rustig en smakelijk gegeten, maar de prijs was er dan ook wel naar. Ach je leeft maar één keer en daar gingen we dan maar van uit.

Al rond wandelend, op zoek naar een gelenheid om de rest van de avond gezellig door te brengen, ontdekten we aan de Seine kade een pub waar het gezeelig druk was en live muziek werd gespeeld. Er werd gezongen met piano begeleiding, waarbij later een saxefoon bijkwam en vooral de Franse chansons werden goed gebracht. Ver na middennacht werd het tijd om eens af te rekenen en begrepen we gelijk waarom de meeste klanten zo lang over hun drankje deden. Het bleek een gepeperde rekening. We hadden genoten en de afrekening kon de pret niet drukken. Moe keerde we terug op onze hotelkamer en maakten nog wat plannen voor de volgende dag alvorens als een blok in slaap te vallen. Als Parijs die nacht was vergaan, dan hadden we er niets van gemerkt.



NOTRE DAME DE PARIS. [ DIMANCHE (3).]

TROI JOURS MERVEILLEUX PARIS. MAANDAG DEEL 3.

Bij het betreden van de kerk was het aanvangekelijk alsof we de duisternis binnen stapten. Het bleek dat de hoge ramen en de drie roosvensters voor te weinig licht zorgden. Na er eenmaal aan gewend te zijn, vielen ons vooral de drie laast genoemde vensters op. Het loonde de moeite om in de Notre Dame te vertoeven en hoe meer we rond keken, dez te meer raakten we onder de indruk van dit masale godshuis; 130 meter lang, 48 meter breed en 35 meter hoog.



Het koor bleek het oudste gedeelte van de kerk te zijn. De bouwtijd hiervan liep van het jaar 1163 tot 1180. Het onderscheide zich vroeger door afwezigheid van straalkapellen tussen de steunberen. Later kreeg het een duidelijker aspect door alsnog toevoeging van de kapellen tussen de steunberen.


Het dwarsschip was, toen het gebouwd werd tussen 1180 en 1200, weinig opvallend en werd pas later uitgebouwd. Het schip wat in dezelfde periode als het dwarsschip werd gebouwd kenmerkt zich door zijn hoge ramen en hun matige lichtwerking.
Het gewelf, wat 35 meter hoog is, bleek bij de bouw onvoldoende geschoord te zijn, zodat men reeds spoedig tot versterkingen moest overgaan..
De Notre Dame is dan ook wat betreft het schip, koor en dwarsschip bouwkundig gezien een van de minst geslaagde vroeg-gotische kerken van Noord-Frankrijk.


Voor een pilaar in het rechter dwarsschip ontdekten we het beroemde beeld van de Notre Dame de Paris.



Ook het orgel, met het er achtergelegen roosvenster,gelegen in de westelijke gevel boven de hoofdingang, was indrukwekkend, maar had verder weinig fraaie versieringen.



Een fraai uitzicht over het oosten van de stad Parijs, vanaf de noordelijke toren van de Notre Dame. Op de voorgrond de kleine neogotische dakruiter, de kleine spits. Achter de kerk het parkje, St. Jean de 23stre, met het fontein van de Notre Dame de Paris. De Seine met haar vele bruggen.




Toen we achter het parkje, Jean de 23ste, de weg overstaken om over de Seine uit te kijken, ontdekten we, daar in stilte verscholen een monument ter nagedachtenis aan al de gevallenen- en omgebrachte verzetsstrijders uit de 2e Wereld Oorlog. Het geheel gaf een bedrukkend beeld met lange gangen, met aan de wanden voor iedere gevallene een lichtje, en op de wanden de namen van al de concentratiekampen, alwaar ze omkwamen. Het dwong zondermeer een moment van stilte af.




In een klein cafétje op de Seine eiland Ile St. Louis wat vlak achter Ile de la Citë ligt, dronken we rustig een pilsje en schreven wat kaarten aan het thuisfront, terwijl langzaan de duisternis begon te vallen over de "Lichtstad" Parijs. Langzaam slenterden we langs het Hotel de Ville richting van het Quartier Latin terug naar ons hotel.