donderdag 31 maart 2011

KASTEEL HILLENRAAD. BOUKOUL (L).

GRAETERHOFF.



Schuin tegen over Huis Zuidewijk Spick aan de weg naar het dorp Boukoul ligt de Graeterhoff. Oorsprokelijk was het een hoeve waarvan reeds in 1358 in een akte melding werd gemaakt. Het huidige gebouw werd in 1857 als jachtverblijf gebouwd door architect Dr. Pieter Cuypers. Het gebouw werd in 1892 verbouwd edn in 1909 in de huidige staat gebracht door architect Frans Dupont. Het is een rijksmonument.





KASTEEL HILLENRAAD.







Aan de grens van het dorp Boukoul (gemeente Swalmen) ligt in een enorm park omgeven door een gracht een van de mooiste kastelen van Midden-Limburg. De eerste vermelding van een kasteel dateert uit 1380. Het huidige kasteel dateert uit de 17e eeuw.









Sedert de 15e eeuw behoorde Hillenraad aan het geslacht Schenk van Nijdeggen. In 1572 had Willem van Oranje zijn hoofdkwartier op Hillenraad van waaruit hij de belegering van Roermond leidde. Arnols Schenk van Nijdeggen was toen de kasteelheer. In 1695 werd ene zekere Arnold door de Spaanse koning verheven tot markgraaf van Swalmen en Hillenraad. Waarschijnlijk is hij de grondlegger van het huidige kasteel. Het kasteel werd pas later voltooid toen het alweer aan een andere familie behoorde. Er vonden verbouwingen plaats in het derde kwart van de 18e eeuw en het begin van de 20e eeuw, maar de oudere bouwdelen zijn bewaard gebleven. De bijgebouwen en de kasteelboerderij, tegen over de ingang, zijn gebouwd in de 20e eeuw.





De plattegrond van kasteel Hillenraad is wat gecompliceerd. Het hoofdgebouw is langwerpig en heeft in het midden van de achterzijde en aan de uiteinden aan de voorzijde uitspringende gedeelten. Het statige gebouw is opgetrokken met bakstenen en met natuurstenen omramingen en lijsten. Op de hoeken staan vierkante torens, die alle door een fraaie helmbekroning zijn gedekt.











Het kasteelcomplex is toegangkelijk via een laan die uitkomt bij een poort met daarboven een fraai fronton. Het kasteel zelf met een imposante voorgevel met een fronton voorzien van een familie wapen en een uurwerk is toegangkelijk via een smalle boogbrug, vanwaar een fraaie trap de hoofdingang kan worden bereikt. De voorgevel draagt het jaartal 1767. Het geheel ligt in een park wat in de Franse stijl is aangelegd en goed onderhouden is. Diep verscholen tussen het groen van het park, achter de rentmeesterswoning, ligt de oude ijskelder van het kasteel. Vroeger werden blokken ijs uit de kasteelgracht gezaagd en hier opgeslagen onder de grond. Tot vaak diep in de zomer kon men hier de voedingswaren gekoeld bewaren. Het geheel is particulier bezit en drie grote borden aan de ingang maken al duidelijk dat bezichtigers niet welkom zijn buiten de open kasteeldagen.





Een fraaie stamboom met wapenschilden laat duidelijk blijken dat er zeer adellijke bewoners zijn geweest op dit kasteel. Het kasteel wordt nu bewoond door gravin E. de Guere, de dochter van graaf Herman Jozef Wolff-Metternich.



(Opnamen gemaakt tijdens een opendag. Van derden verkregen)

ST.DIONYSIUS KERKJE. ASSELT (LIMBURG).

ASSELT. Asselt was in de 8e tot 11e eeuw, in de Karolingische periode, een kroondomein van de Franken en fungeerde als een opslagplaats waar de voorraden van de vorsten werden opgeslagen en waar recht werd gesproken. De Noormannen gebruikten na hun inval de plaats als uitvalspunt om vele steden in de omtrek te plunderen. De naam Asselt is een Frankische naam en betekend "essenbos" en is afgeleid van het Germaanse aski "es" en lauha "bosje op hoge zandgrond". Omstreeks 1100 was Asselt een heerlijkheid met de macht om tol te innen op de Maas, waarvan de heren zich rond 1200 'Van Asselt' noemden. De eerste meer bekende heer was Rutger van Asselt (1275), leenman van het graafschap Gelre en van het graafschap Loon. In 1695 ging de heerlijkheid Asselt en de Asselterhof op in de gemeente Swalmen. Tegenover het kerkje op een natuurlijke verhoging van de vroegere Maasoeverm, ligt het museum van Asselt en een prachtige boerenhoeve. Hiervandaan is het een fraaie opname maken van het kerkje. SINT DIONYSIUS KERKJE.

De kerk van Asselt is een rooms-katholieke kerk en is opgedragen aan de heilige St. Dionysius de Areopagiet. Een afbeelding van deze heilige is boven de hoofdingang geplaatst. Het kerkje is in de 11e eeuw gebouwd op een heuvel aan de rivier de Maas. Voor die tijd had er een soort fort gestaan. De kerk werd grotendeels gebouwd met stenen afkomstig van oude Romeinse gebouwen. Van de oorspronkelijke romaanse kerk resteren alleen nog het schip en het koor. In de 16e eeuw stortte de westertoren in en deze werd vervangen door een bakstenentoren die aan de oostzijde werd gebouwd.




De dichtgemetselde doorgang staat in de volksmond bekend als het " Noormannenpoortje". De kerkgangers moesten bij het verlaten van de kerk, door de lage doorgang, hun hoofd diep buigen, dit niet om hun hoofd te stoten maar om gedwongen eer te betonen aan de goden van hun bezetters, de Noormannen.




Bij het later dichtmetselen van het poortje, wat in die tijd de enige toegestane uitgang was, werden bouwresten van Romeinse gebouwen gebruikt. Duidelijk zijn de resten te herkennen van een dakpan (tegula) en een ronde tegel zoals deze, op elkaar gestapeld, werden gebruikt voor een vloerverwarming.


( Door het ontgrinden van de uiterwaarden van de Maas in de vorige eeuw ligt Asselt niet meer direcht aan de Maasoever, maar aan een soort merengebvied. Naast het kerkje staat nog een waterpeilmeter NAP met daarop de hoogste waterstanden van de Maas vermeld.)

dinsdag 29 maart 2011

KASTEELRUÏNE DE OUBORG. SWALMEN (L).

DE OUBORG, ookwel NABORCH, werd vroeger "Huys tot Swalmen", "Huys Rathem"en "Aldenborg" genoemd. De kasteel ruïne ligt aan de oever van het riviertje de Swalm wat door het landschap meanderd. Van het voormalige kasteel complex, wat vermoedelijk rond 1300 werd gebouwd, is slechts aanwezig een deel van de zuidwestelijke muur, een deel van de woontoren met keldergewelf en een rest van de traptoren. Het kasteel werd gebouwd door Seger Voskin van Swalmen, heer van Swalmen. Oorspronkelijk was het een rechthoekig gebouw van 25 bij 17 meter met op de zuidelijke hoek een donjon of woontoren. Door zijn langwerpige achthoekige vorm is deze donjon uniek in ons land. Tegenover de woontoren lag een L-vormige woonvleugel aan een kleine binnenplaats, waar zich oorspronkelijk ook de ingang bevond. De muren hadden een dikte van 1,5 meter. Het kasteel is vermoedelijk in de 15e eeuw door brand verwoest. In 1916 zijn veel stenen van de ruïne gebruikt voor de restauratie van de kerk van Asselt.

HUIS ZUIDEWIJK SPICK. BOUKOUL. (L)

Rond 1460 werd de oorspronkelijke spieker gebouwd door Hendrik van de Griende. In leter tijden kreeg het huis steeds andere eigenaren, die in Limburg ook bekende namen dragen, zolas Merwijck en Durdael. In 1725 wordt een Suytwijk, baron Hagestein, eigenaar van het huis. Omstreeks 1920 wordt het huis opnieuw verkocht en later nogmaals aan de huidige eigenaar, die jaren bezig is geweest met een zorgvuldige restauratie. In de huidige vorm dateert het huis uit de 17e en 18e eeuw. De gebouwen buiten de poort zijn 19e eeuws. Het is een versterkt herenhuis met een grote graanzolder er op, wordt meestal spijker of, in het Limburgs, spieker genoemd. Een spieker werd soms ook van een herenkamer voorzien, die bestemd was voor de heer van het goed, als hij eens op zijn bezit wilde verblijven. In het huis zijn woon- en dienstwoningen. De binnenplaats is geplaveid met maaskeien.

Het huidige hoofdgebouw met aangebouwd kapelletje, stamt uit de 17e eeuw en is geheel gerestaureerd. De kapel bevat een barok altaar met caveleriegroep en een beschilderde koepel. De bijgebouwen vertonen kenmerken uit de 16e eeuw. Het poortgebouw het na de restauratie weer een spits gekregen, maar de spitsjes, die destijds het hoofdgebouw sierden zijn helaas niet meer aangebracht bij de restauratie van het huis. Het geheel ligt in een omsloten hof. Het gebouw is nu een rijksmonument.


maandag 28 maart 2011

HOUTSULPTUREN in KONINGSBOSCH.

In Koningsbosch, gemeente Echt-Susteren in de provincie Limburg, stonden langs de kaplaan Verdonschotstraat, richting Duitsland, enige grote bomen die ziek waren en gerooid moesten worden. Weg is weg is gauw gezegd en nieuw is snel aangeplant.

Een R.v.Wijlick had voor de onderste delen van de boomstammen een anderebestemming en maakte er een serie houtsculpturen van. Helaas staan ze ongeconserveerd langs de weg, tussen de nieuwe aanplant, dus zal de natuur het ons leren hoelang we er van kunnen blijven genieten.
Voor meer informatie kijk op www.boomtotbeeld.nl

HUIS MALBORGH. BUGGENUM.

HUIS MALBORGH of WALBERGH. Het is een groot vierhoekig huis van twee verdiepingen met een zolder. Op de vier hoeken heeft het huis uitgebouwde torentjes. Vreemd genoeg ligt de hoofdingang aan de achterzijde en deze heeft een uitgebouwde torenvormige pui met een fraaie spits erop. In het verleden heeft het huis toebehoort aan de van Ghoors, maar al sinds de 15e eeuw is het huis eigendom van een convent met de naam Val Sint Elisabeth. Het wordt genoemd in 1471 als leen- en hofstede. Er was geen riddermatigheid aan het huis verleend. In 1679 werd Buggenum tot een heerlijkheid verheven door de prins-bisschop. Toen werd gravin douairière van Berg, geboren gravin Hieronime de Spaur, vrouwe van Ghoor te Neer het huis Malborgh beleend. De Fransen overheersers namen het huis in beslag en verkochten het in 1795 aan Charles Leburn.


Tot het midden van de 19e eeuw is huis Malborgh een boerderij geweest, waarna het tegenwoordige woonhuis werd gebouwd door Joseph Waegeman.


Naast huis Malborgh ligt hoeve, Hof Malborgh of Waegemanshof. Het is een boerderij van het hoftype en is toegangkelijk door een ellipsboogpoort. In de voorgevel het ankerjaartal 1771. De hoeve is bekend sinds 1470 en was eigendom van het Sint Elisabeth klooster in Nunhem.



vrijdag 25 maart 2011

HET GEMEENTEWAPEN VAN LEUDAL.

Als gevolg van de herindeling van de gemeenten Horn, Haelen, Heythuysen, Hunsel, Roggel en Neer moest er een nieuw officieël wapen worden ontworpen als herkenningsteken.


Het is natuurlijk moeilijk om van al deze wapens één geheel te maken zo wordt er getracht de meest bekende details er in te verwerken.

Het nieuwe wapen van Leudal werd vastgesteld op 9 december 2008. De officiële omschrijving luidt:
"In goud drie hoorns van keel (rood); in een schildbord van azuur een liggende abdissenstaf van goud met sluier van zilver, de kromming naar beneden gericht. Het schild gedekt met een gouden kroon van vijf bladeren".
Het blauw zou dan de stroom van de Leukbeek moeten voorstellen.


Dat de heren van Horn grote gebieden in Limburg bezaten is nog duidelijk terug te vinden, door de hoorns in het linker ondervlak, van het wapen van de provincie Limburg.


woensdag 23 maart 2011

KASTEEL ALDENGHOOR in HAELEN.

DE GESCHIEDENIS.

Een van de eerste vermeldingen over dit kasteel, niet zo als het er nu uitziet, dateert van 1212 wanneer er gesproken wordt over een versterkt huis. Het huis stamt waarschijnlijk uit de 14e eeuw, maar werd rond 1435 uitgebreid tot een forse burcht, met vier torens, grachten en wallen. Het gebouw behoorde aan de heren van Ghoor de Horne. Toen deze eigenaars in het nabijgelegen Neer nog een kasteel lieten bouwen, noemden ze dit Neyenghoor ( nieuwe Ghoor)
Automatisch werd het oude kasteel omgedoopt in Aldenghoor (oude Ghoor).

In 1380 verkochten ze hun nieuwe kasteel aan Eustache van den Bongaert en keerden terug in 1428 op kasteel Aldenghoor. Ze verbleven er tot 1501 tot de plaatselijke drossaard (gerechtelijke ambtenaar) hun dwong uit te wijken naar de andere Maasoever, alwaar hij geen macht had. De gebroeders van Ghoor waren gevreest en berucht in Midden-Limburg.



De van Ghoors werden opgevolgd door Werner van Pallandt die landvoogd was van Gulick. Hij verbleef door zijn werk meer op kasteel Wassenberg. Daar van Pallandt kinderloos bleef, kwam het kasteel in 1535 in het bezit van Dirk van Boetzelaar en zijn nageslacht. Het verhaal gaat dat Zweder van den Boetselaar een dochter had, freule Ermgard, die een belegering van het kasteel met behulp van de Haelense bevolking wist weerstaan tegen een rondtrekkende roversbende en deze ook te verjagen. Rond 1578 werd het gebouw gedeeltelijk verwoest, waarbij één van de vier torens bewaard bleef.
In 1629 kwam het kasteel in het bezit van de familie De Keverberg, nadat er voor korte tijd de Franse edelman François de Mauleon had gewoond. Het kasteel werd verbouwd na de verwoestingen gedurende de 80-jarige oorlog.

Het kasteel bleef drie eeuwen in het bezit van de familie. Rond 1700 werden de woonvleugels opgetrokken en in 1750 de toegangspoort.
Nadat de laaste Keverberg, baron, was overleden in 1903 werd het kasteel verkocht.

Van 1909 tot 1923 is het een Ursalinenklooster en werd het complex drastisch uitgebreid. In 1927 wordt het een kleinseminarie voor missiepaters, Father van Mill Hill, die het tot 1975 bewonen. Na 1976, nadat hert kasteel enige malen van eigenaar en bestemming wisselde, kwam het weer in prive bezit.

HET KASTEEL.




Het kasteel is gelegen op een omgracht terrein en omvat een hoofdgebouw bestaande uit twee haaks op elkaar staande vleugels met wolfdaken. Op de binnenhoek staat een zware ronde toren uit mergel opgetrokken uit 1700. Het kasteel heeft een haakvormige voorburcht of nederhof uit de 18e eeuw bestaande uit een ingangsvleugel met mansardedak en een poortpaviljoen met een zadeldak en gezwenkte topgevels. De doorgang aan de veldzijde bevat een sluitsteen met het jaartal 1750 en onder een fronton aan de hofzijde een jaartal 1886.

De toegang naar het kasteel gaat over een stenen gemetselde brug met drie bogen. Boven de ingang prijkt nog een oud familiewapen. Rechts van de ingang bevindt zich een kleine kapel. Het gehele complex is een rijksmonument.

LEUDAL en HUIZE ST. ELISABETH & MOLEN.

HET LEUDAL.




Het natuurpark Leudal, gelegen in de gelijknamige gemeente, is ontstaan door de erosie van de Tyngelroysebeek-Leubeek en in het noorden door de Roggelsebeek-Zelsterfbeek die allemaal uitmonden in de Neerbeek die weer bij Neer in de Maas uitmond.
Het is een gebied met loof- en naaldbomen en met een rijke flora en fauna.


Er zijn wandel-, fiets- en ruiterpaden. Midden in het gebied ligt de Ursulawatermolen, eigendom van Staatsbosbeheer, en daarnaast de Leuhof. De watermolen is eerder beschreven in Molentocht door Midden-Limburg 05-10-2010 van dit weblog.
Het Leudal grenst in het noorden aan het peelgebied, met het 1500 hectare grote National Park de Groote Peel.










HUIZE ST. ELISABETH.






Huize St.Elisabeth is een voormalig klooster, nu een zorgcentrum, het bestaat uit twee sterk gemoderniseerde , haaks op elkaar staande vleugels uit de 18e eeuw. Het klooster staat op een plaats waar in 1211 ook al een klooster stond. Het ligt met de hoofdingang aan de St. Elisabethdreef en aan de Roggelseweg bij de ingang van het natuurpark Leudal. In de voorgevel zit een ankerjaartal 1778 en een rondboogpoort in geblokte rechthoekige omraming van hardsteen; venster in segmentbogige omramingen van hardsteen. In de voortuin staat een fragment met een achthoekigetoren met een spitsdak gedekt uit de 15e eeuw. Achter het klooster in het park staat het zogenaamde "pesthuisje" van baksteen uit 1682. In de tuin zelf is in keramische afbeeldingen de kruisweg van Christus afgebeeld.


ST. ELISABETHMOLEN.

De Elisabethwatermolen was oorsprongkelijk een graanmolen en maakte deel uit van het voormalige klooster St.Elisabeth en werd aangedreven door het water van de Tungelroysebeek. Van het molengebouw zijn nu alleen nog wat resten over.

De molen werd in de WO-2 grotendeels verwoest toen de Duitsers de nabij gelegen brug over de beek opbliezen. Daarna is de molen nooit meer herbouwd.