donderdag 19 oktober 2017

SPECERIJEN; STRIJD OM HANDEL EN MONOPOLIE.

     EEN STRIJD TUSSEN TWEE ZEEVARENDE NATIES



  EN HET ONDERWERPEN VAN HET GEBIED AAN HUN                                                  GEZAG.

                      ZIJ DE DE WEG NAAR DE OOST OVER ZEE ONTDEKTEN.

Het waren de Portugezen die een zeeweg ontdekten naar het verre Indië, een land dat voorheen alleen via karavaanroutes was te bereiken. Het was dan ook Vasco da Gama die in 1497 India wist te bereiken via kaap de Goede Hoop. Hiermee begon het oprichten van Portugese factorijen langs de westkust van India.
De Portugezen voeren onder de koningsvlag van Portugal, in die tijd een wit doek met in het midden het gekroonde koninglijk wapen. 

Ze wisten hun gebieden uit te breiden tot de Molukse eilanden en Timor.
Tegen het einde van de 16e eeuw en begin 17e eeuw begon de Portugese macht in het Verre Oosten af te nemen. De Engelsen richten in 1600 de Britse Oost-Indische Compagnie op, want 'Brittania rules the Waves'. In antwoord hierop werd in 1602 in Amsterdam de Verenigde Oost-Indische Compagnie, de VOC, opgericht.


                                BRITISCH EAST-INDIA COMPAGNIE.


(Wapen East India Comp. met het moto "God leidt niets doet pijn.)


De East India Compagny (EIC) Compagnie, ook wel de "John Compagny" genoemd, of Honorable East India Compagny (HEIC) werd bij Koninklijk besluit van koningin Elisabeth I op 31 december 1600 opgericht. De oprichters waren John Watts en George White. Deze twee kooplieden legden na de val van de Spaanse Armada in 1588 een verzoekschrift hiertoe aan koningin Elisabeth I.  
De Compagny werd opgericht om handel te verrichten met "Oost-Indië", maar eindigde vooral met Qing China en beheerde de controle over het Indiase subcontinent.
Het werd oorspronkelijk gecharteerd door de "Gouverneur en vennootschap van Handelaren van Londen " die in Oost-Indië handel dreven.
Het ging hier met name om producten als katoen, zijde, indigo kleurstof, zout, salpeter, thee en opium. Het bedrijf regeerde ook in het begin van het Britse Rijk in India.
Ondanks dat het bedrijf werd opgericht bij Koninklijk Besluit, had de regering geen aandelen maar alleen de controle. De aandelen zaten hoofdzakelijk bij de rijke handelaren en de aristocraten.
Tijdens de eerste eeuw van haar bestaan was alles gericht op de handel, en niet het opbouwen van een imperium in India. In feite kon men toen beter spreken van de Engelse Oost-Indische Compagnie, daar er nog geen sprake was van een Groot Brittannië.


Na het aannemen van het Koninklijk Besluit in 1600, nam de Engelse Oost-Indische Compagnie een vlag aan ven dertien rode en witte strepen met linksboven in het kanton de Engelse vlag. De dertien strepen werden gekozen omdat veel aandeelhouders van de Compagny vrijmetselaars waren en het nummer dertien wordt beschouwd als krachtig in de vrijmetselarij.
De vlag veroorzaakte in de eerste instantie voor problemen bij de handel in het verre Oosten, door het gebruik van het St. George's  Cross. In 1616 kregen de schepen in Japan geen toegang tot de havens, omdat het kruis werd gezien als een symbool van het christendom, dat de Japanners in 1614 verbannen hadden.


In 1603 ging James VI van Schotland naar de Engelse troon.
Schotland en Engeland werden een natie, wat het begin werd van de Britse staat. Het St. George's Croos of St. Joris kruis werd op de blauwe vlag van schotland geplaatst met het St. Andrew's kruis.
Zo werd de nieuwe vlag aangenomen die van 1688 tot 1801 zou worden gevoerd op de schepen van de nu Britse East-India Compagny.


Na het uitroepen van het Verenigd Koninkrijk, waaronder Engeland, Wales, Schotland en Ierland valt werd de vlag aangepast in 1801 en zou tot 1858 in gebruik blijven.


In 1700 werd ook het wapen aangepast en kreeg het het moto;
"Onder controle van de koning van Engeland".

Het gehele imperium werd bestuurd vanuit het East India House in Londen, maar nadat Bombay in handen van de Engelsen was gevallen werd hier een tweede vestiging geopend.
De Oost-Indische Compagnie opende een offensief op de Portugese schepen en nederzettingen in India.

In 1647 had het bedrijf 23 fabrieken onder haar beheer. Ze had invloed op alle continenten en was leidinggevend bij de stichting van Hongkong en Singapore.
Omringt door concurrerende machten uit andere landen, zoals de Nederlandse VOC, en het zich soms moeten beschermen tegen lokale heersers, had de Compagnie grote behoefte aan bescherming.



 De door de staat gegeven vrijheden waren dus zeer welkom en al snel werd een eigen legermacht opgericht, vooral bestaande uit lokale bevolking. De leiding gevende officieren waren uiteraard Engels en droegen de opvallend rode legerkleding op een witte broek.
Rond 1689 was de Compagnie uitgegroeid tot een zelfstandige natie op het vasteland van India, met een eigen administratie en een intimiderende militaire kracht.
Zo werd de Compagnie verreweg de grootste speler in de Britse wereldmarkt en verkreeg zodoende een onaantastbare positie in het beslissingsproces van de regering.

Maar de Compagnie werd te groot en door de bureaucratie vaak onbestuurbaar. Door de strijd in India tegen de weerspannige deelstaten werd steeds duidelijker dat de Compagnie niet in staat was een dergelijk reusachtig gebied goed te besturen.
De Bengaalse hongersnood in 1770, waarbij meer de een zesde van de lokale bevolking omkwam deed de alarmbellen in Londen rinkelen.
Mede door de Franse Revolutie en de rebellie van de Noord-Amerikaanse kolonies hadden enorme invloed op het kapitaal van de Compagnie.


(Britse troepen bij de slag om Amoy in 1841, de Eerste Opium Oorlog.)


Daarbij brachten de legers van Groot-Brittannië als die van de Compagnie in hun sterke groei enorme kosten met zich mee. De controle in handel en bestuur werden gescheiden. Ze had haar invloed uitgebreid over China, de Filipijnen en Java. Maar er dreigde een gebrek aan contant geld voor de aankoop van thee. Dit werd opgelost door de verkoop van in India geteelde opium aan China.
Chinese pogingen deze handel te beëindigen leidden tot de Eerste Opium Oorlog met groot Brittannië die duurde van 1839 tot 1842. Een Tweede Opium Oorlog zou volgen die van 1856 tot 1860 zou duren.


HET EINDE.

De manier waarop de Compagnie India bestuurde bleek model te staan voor het bestuurssysteem van Groot-Brittannië zoals dat gedurende de negentiende eeuw ontstond.
Doordat in 1813 het monopolie werd geannuleerd veranderde de Compagnie in een handelsonderneming. In 1858 verloor de Compagnie haar administratieve functies aan het Britse bestuur naar aanleiding van de Muiterij van Sepov in het jaar daarvoor. Als gevolg hiervan werd India een formele kroonkolonie.
In de jaren zestig van de negentiende eeuw werden alle bezittingen van de Compagnie in India onder de kroon gebracht. De compagnie bleef wel de handel in thee regelen.
De handel in thee bleef de compagnie doen totdat zij in 1874 werd opgeheven.

                           VEREENIGDE OOSTINDISCHE COMPAGNIE.

De verenigde Oost-Indische Compagnie, afgekort tot VOC, was een particuliere Hollandse handelsonderneming. Deze werd al tegenpool op de Engelse East India Compagnie,  op 20 maart 1602 door Johan van Oldenbarnevelt opgericht.
Het doel was een monopolie op de handel tussen de Republiek van de Verenigde Nederlanden en het gebied ten oosten van Kaap de Goede Hoop en ten westen van Straat Magellaan.
De VOC werd opgericht als de Generale Vereenichde geoctrooieerde Compagnie. Het was voor die tijd het grootste handelsbedrijf ter wereld en was de eerste naamloze vennootschap met vrij verhandelbare aandelen.
Buiten haar handels ambities met het gehele Verre Oosten, stimuleerde de VOC ook ontdekkingsreizen in de hoop snellere verbindingen, nieuwe handelscontracten en producten, taalonderzoek met de bedoeling het christelijk geloof onder de aandacht van de bevolking te brengen.
Op het toppunt van haar macht had de VOC 25.000 werknemers in het Verre Oosten en 3000 in Nederland zelf.


De VOC voerde als kenmerk op haar schepen en factorijen de Hollandse vlag, oranje-wit-lichtblauw met in het midden het logo van de VOC.

Tussen 1498 en 1595 was de specerijen handel op Oost-Indië volledig in handen van de Portugezen, onder bescherming van de pauselijke Verdrag van Tordesillais. De verkoop van de producten geschiedde alleen in Lissabon en Antwerpen. Nadat Portugal en Spanje één land waren geworden, waarmee de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in oorlog was, werd het de Hollanders verboden om Portugese en Spaanse havens aan te doen. Zo werd besloten zelf de specerijen in Oost-Indië te gaan halen.
Er ontstonden al snel kleine compagnieën in 1595, maar deze konden zelf geen strijdende rol spelen tegen de Spaanse en Engelse overmacht op zee. Deze compagnieën werden samengevoegd om een krachtig militair en economisch wapen te zijn. De belastingen die werden geheven zouden van groot belang blijken te zijn bij de financiering van de 80-jarige Oorlog.


(Het wapen van de VOC.)

De 73 bewindhebbers van de voormalige zes compagnieën kregen bij de oprichting een zetel in het bestuur, maar dit werden er steeds meer toen steden en provincies een zetel opeisten, nadat de Staten generaal fikse subsidies had verleend. Uiteraard zag iedere bewindhebber de regels het liefst zo dat het in zijn voordeel uitkwam, wat vaak onderlinge twisten opleverden. In 1749 werd stadhouder Willem IV aangesteld tot opperbewindhebber. De prins kreeg tevens het recht andere bewindhebbers aan te stellen.
Zijn opvolger Willem V kreeg eveneens de functie.
Na de Franse inval en de oprichting van de Bataafse Republiek werden alle bewindhebbers op 1 maart 1796 van hun taken ontheven.
Het dagelijksbestuur werd overgenomen door het 21 leden tellende Comité tot de zaken de de Ost-Indische handel en bezittingen.


Vanaf 1609 was het plaatselijk bestuur in Indië in handen van de Raad van Indië wat eerst gevestigd was in Ternate en later in de stad Batavia op Java.
Deze hoge regering werd geleid door de Gouverneur-generaal Jan Pieteszoon Coen. Deze regeerde Indië met harde hand, verdreef de Portugezen van de Molukken mag zag er geen bezwaar in de bevolking van de Banda-eilanden uit te moorden, toen zij het monopolie van de handel schonden.
Evenals de East India Compagnie van de Engelsen had de VOC ook een eigen leger, dat naar wens van de Gouverneur-generaal daar ingezet kon worden naar wens. Ook de schepen van de VOC hadden mariniers aan boord.


De Hollandse militairen droegen blauwe jassen met rode revers met daaronder een wit hemd en broek. Op hun hoofd een dwars geplaatste steek.

De handel van de VOC strekte zich uit van Kaap de Goede Hoop  tot Japan.
Ook in het Verre Oosten ging de strijd tegen de Spanjaarden die de haven van Manilla in bezit hadden gewoon door, evenals de schermutselingen met de Engelsen.


In Azië bestond er weinig interesse voor Europese producten. De schepen voeren aanvankelijk met een ballast van bakstenen, dakpannen naar de Oost, waar deze werden gebruikt voor de bouw van nederzettingen. De handel bestond in feite uit een ruilhandel buiten het betalen met goud, zilver en tin aangevoerd uit Europa, Arabië, Zuid-Amerika, of met textiel en zijde dat in India werd gekocht.
Hierbij waren de opgezette factorrijen van belang voor de opslag van zilver, hout, tin, huiden, koper, salpeter, ivoor, specerijen en opium.


Zo had de VOC nadat ze Ceylon van de Portugezen hadden overgenomen, na de soevereine overdracht in 1766 alleen alle kustgebieden onder hun beheer. 
Alles binnen de rode lijn behoorde tor het koninkrijk Kandy.



HET EINDE.

Het einde van de VOC had veel oorzaken en was een langzaam verlopend proces dat een groot deel van de 18e eeuw in beslag nam.
Als eerste de vaste kosten om de vele garnizoenen die bemand moesten worden en de sterke oorlogsvloot die nodig was om het handelsgebied van de VOC te verdedigen.
Een van de belangrijke redenen was de toenemende Britse en Franse invloed via de Engelse Oost-Indische Compagnie en de Franse Oost-Indische Compagnie. Deze kregen militaire staatssteun terwijl de VOC deze kosten zelf moest dragen.
Een ander feit was dat men in Nederland de schepen harden nodig had voor de oorlog tegen de Engelsen, daar nadat de Fransen Holland hadden bezet , het behoorde tot de vijand van Engeland.
De Engelsen hebben heel tactisch getracht het beheer over Indië over te nemen, onder de belofte dit na  de val van de Franse bezetting dit aan Holland terug te geven. Dit is alleen gelukt met Ceylon.
Intussen had de VOC intern veel met corruptie te maken en eigen zakkenvullerij. 
Na de oprichting van de Bataafse Republiek in 1795 werd op 24 december van dat jaar de VOC per 1 maart 1796 genationaliseerd. Alle bewindhebber kregen ontslag. De schulden, bezittingen en administratie van de VOC vervielen aan de nieuwe republiek. Het octrooi dat eind dat jaar zou aflopen werd uiteindelijk verlengd tot 31 december 1798 om de lopende zaken af te handelen.

Gedurende het bijna 200 jarig bestaan van de VOC, werden ongeveer 4700 schepen naar Azië uitgerust, waarvan bijna 1700 in de zeventiende en meer dan 3000 in de achttiende eeuw.
Van in totaal 1772 VOC-schepen die tussen 1603 en 1795 van stapel liepen, werden er 336 op de Middelburgse werven gebouwd; 247 schepen gingen in die periode verloren.
Vanaf de Middelburgse rede bij Fort Rammekens vertrokken 1147 schepen.

Onderlinge oorlogen van de naties die belangen hadden in het Verre Oosten, de macht over de zeeën en de interne koloniale onafhankelijkheidsstrijd van gekoloniseerde landen, maakten een einde aan de eerste twee grootste multinationals uit de wereld geschiedenis.



maandag 16 oktober 2017

KURKUMA. SRI LANKA RONDREIS.

SRI LANKA RONDREIS.






KURKUMA.

De Latijnse naam is Curacuma longa. In de volksmond wordt het de gele gember genoemd.
Verder staat het bekend in het Surinaams-Nederlands als koenier, het Indisch-Nederlands als koenijt of als de Indiase geelwortel.

Kunyit is de van oorsprong Maleise naam van dit specerij, wat wordt gemaakt uit de wortel van de plant.
het is een vast bestanddeel van de kerriepoeder en geeft hieraan zijn gele kleur, wat de naam Indiase saffraan verklaart.
De meeste kurkuma-oogst komt uit India. het specerij heeft een milde bittere smaak.







De bloem bestaat uit vele kleine bloemen en hebben een paars-rode kleur.
De vermeerdering van de plant gebeurt net als bij de gember door scheuren van de wortel.
Anders dan bij de gember heeft deze plant iets meer ronde bladeren en kan de steel een meter hoog worden.



De wortel heeft een kurkachtige schil. Deze kan vers meegekookt worden, maar is ook als poeder in de handel.
Het wordt vaak toegevoegd om een gele kleur aan de rijst te geven. verder wordt het gebruikt als kleurstof voor inkt. 
Papier dat in een kurkuma oplossing is gedrenkt en vervolgens gedroogd, wordt wel als reagens gebruikt om de alkaliteit van het water aan te tonen. het krijgt hierbij een bruinrode kleur bij een omslag punt van pH 8-9.
Bij  hindoe festivals in India kleurt men vaak de handen geel hiermee.





GEMBER. SRI LANKA RONDREIS.

SRI LANKA RONDREIS.






GEMBER.

De Latijnse naam is Zingiber officinale. Deze naam is afgeleid van het sanskrit shringavera, hetgeen beteken "gevormd als een hertengewei".
De plant bereikt een hoogte van 0,6 tot 1,2 meter hoogte en heeft smalle bladeren welke 2 cm breed en 18 cm lang zijn.
De stengels van de plant ontspruiten elk jaar uit de knoppen van de wortelstok. De wortelstok is de grondstof voor de gember.



GESCHIEDENIS.

Het is niet met zekerheid te zeggen waar de eerste gemberplant vandaan komt. Men spreekt over het zuiden van China, maar ook over India.
De plant is door de eeuwen heen over de wereld verspreidt, van Azië naar West-Afrika en later zelfs naar de Verenigde Staten van Amerika.
Het zou een van de eerste planten zijn die uit het verre Oosten naar Europa zijn gebracht.
 Zo werd de plant door de Spanjaarden geïntroduceerd in Amerika. Deze was door Francisco de Mendosa mee gebracht uit Oost-Indië. In 1547 werd reeds gember vanuit Spaans-Zuid Amerika geëxporteerd.
De gemberwortel werd al in de eerste eeuw n.Chr. geëxporteerd naar Europa voor de lucratieve specerijenhandel. De route liep via India en de Rode Zee naar Alexandrië. Op vrachtbrieven uit 1228 van de haven van Marseille komt de import reeds voor.

Om gember te kweken heeft men een beschaduwde plaats nodig met een voedzame bodem.
De bloem is aarvormig, waarbij deze een lengte van 8 cm kan bereiken.
De kleur van de bloemen zijn bleekgeel met een purperachtig gekleurde lip met roomkleurige stipjes en streepjes.













De wortel heeft een kurkachtige schil. 
De plant wordt vermeerderd door de wortels te scheuren.
Men gebruikt dus de binnenkern van de wortel. Deze wordt veel gebruikt in Aziatische gerechten, geconfijt met suiker zo gegeten en ook als kruidengeneesmiddel gebruikt.
De wortel is vers, gedroogd en als poeder verkrijgbaar.
Familie van de gember is de Curcuma longa.


PEPER. SRI LANKA RONDREIS.

SRI LANKA RONDREIS.






PEPER.

Groene peper, rode peper, zwarte peper en witte peper het komt allemaal van de zelfde plant.

Peper is een specerij met een scherpe smaak en groeit als bessen aan de tropische peperplant. De smaak ontstaat door het bestanddeel piperine.

GESCHIEDENIS.

Peper werd reeds vermeld in de oude Indiase geschriften in het Sanskriet, waar het "pipali" genoemd werd.
Vis Perzië kwam het gebruik van peper bij de Egyptenaren en de Oude Grieken terecht. De naam peper zoals wij die gebruiken komt van het Romeins "piper".
Peper werd oorspronkelijk door de Arabieren naar Europa gebracht. Het oude Alexandrië werd de belangrijkste doorvoerhaven voor peper.
Al spoedig ging er een monopolie heersen over dit product en deze lag in de 15e eeuw bij de Italiaanse handelssteden Venetië, Genua, Pisa en Florence.
Door de ontdekking van de scheepvaartroute rond de Kaap de Goede Hoop door de Portugezen kwam dit product de "Portugese peper" in Europa terecht.
Ook de Hollandse VOC zag in dit kruid een aanzienlijke winst en wist door haar monopolie de prijs ervan hoog te houden.

PEPERPLANT.

De oorsprong van de plant ligt in India, maar wordt ook verbouwd in Sri Lanka, Indonesië, Maleisië, Vietnam, Cambodja en Brzilië.
De peperplant is een slingerplant die vaak andere bomen gebruikt om omhoog te klimmen en een hoogte van 15 meter kan bereiken.
Daar het een schaduwplant is zal deze gebruik maken van het bladerendak van de boom waarin zij zich omhoog groeit. Tevens houdt de plant van een vochtige warmte.
De plant draagt bessen van ongeveer 5 mm groot. De groene bessen groeien in trossen die ongeveer 12 centimeter lang zijn.


Door het bewerkingsproces van deze bessen kennen we vier soorten peper, die door de bewerking weer van sterkte in smaak verschillen. Vroeger weren deze bessen met de hand afgeritst, wat een tijdrovend werk was. tegenwoordig wordt dit machinaal gedaan.

Groene peper; ontstaat uit het plukken van de onrijpe vrucht, waarna deze wordt geconserveerd in azijn of zoutwater. Wordt veel gebruikt in salades en roomsaus.
Zwarte peper; ontstaat uit het plukken van de onrijpe vrucht, die bij het drogen bruin tot zwart zal kleuren. Door het drogen is de buitenkant gerimpeld.
Rode peper; ontstaat door de bes te laten rijpen aan de plant. Door het drogen krijgt deze een roodbruine kleur en wordt zoeter en zachter van smaak.
Witte peper; ontstaat uit de rijpe vruchten van de peperplant. Deze bessen worden geweekt in water, waardoor zij gaan gisten. De bessen barsten open en de korrel komt tevoorschijn. Deze korrel wordt goed gewassen. De witte peper ontstaat in feite door het verwijderen van de schil van de bes.
Witte peper is pikanter en aromatischer van smaak

Het langdurige verwerkingsproces van de witte peper en de rode peper maakt deze twee tot de duurste van de vier.





KRUIDNAGEL. SRI LANKA RONDREIS.

SRI LANKA RONDREIS.






KRUIDNAGEL.

De kruidnagel kwam gedurende de rondreis over Sri Lanka wel ter sprake, maar de bomen hebben we niet gezien in het landschap.
Sri Lanka is de vierde in de ranglijst op de wereld van de productie van de kruidnagel. De grootste is Indonesië, waar het grootste deel van de oogst wordt verwerkt in de kretek sigaretten.

De Latijnse naam is Eugenia caryophyllata.
De naam in het Nederlands kreeg dit kruid door zijn vorm die op een draadnagel of gesmede spijker lijkt.


GESCHIEDENIS.

In China en in Indonesië was de kruidnagel al eeuwen voor onze jaartelling bekend. Zo was het in het Oude China het gebruik, dat als men het woord wilde voeren tot de keizer, men eerst een kruidnagel in de mond moest nemen en op kauwen om de adem te zuiveren.
Vanaf het toenmalige Ceylon werden de kruidnagels over de karavaanroute naar Alexandrië vervoert, waar de Romeinen er kennis mee maakten en het weer introduceerden in Europa.
Gedurende de middeleeuwen werd de kruidnagel nog amper in Europa gebruikt daar zij te duur was en alleen de rijken gebruik konden maken van de medicinale werking van dit kruid. Door het ontdekken van de scheepvaart route rond Kaap de Goede Hoop, door de Portugezen kwam de handel van de kruidnagel in hun handen.
Zij veroverden de Molukse archipel. Kruidnagels werden toen alleen nog verhandeld in Lissabon en Antwerpen.
Ook de Hollanders zagen winst in deze handel en veroverden met hun troepen van de VOC de Molukken op de Portugezen in 1629 en stelden de doodstraf in op het illegaal verhandelen van dit product.

(Het lichte groen van de kruidnagel-bomen.)

Omstreeks de 17e eeuw had de VOC de gehele handen beperkt tot Ambon en enige kleine eilandjes ten oosten daarvan. Alle bomen buiten dit gebied werden omgehakt en de sultans van Ternate en Tidore kregen een financiële vergoeding. Daar waar de groei van de bomen nog was toegestaan, was men verplicht alle kruidnagels aan de VOC te leveren die het monopolie op deze handel zo had verkregen.
In 1770 lukte het de Kransman Pierre Poivre om in het geheim op de Molukken enige jonge kruidnagel boompjes te bemachtigen, die hij op Mauritius in de botanische tuin plantte.
De boompjes groeiden naar tevredenheid en werden daar vandaan in 1818 naar Zanzibar en Pemba geïntroduceerd.

WAT IS DE KRUIDNAGEL?

De kruidnagels zijn de gedroogde bloemknoppen van een tropische boom uit Zuid-Oost Azië.
De knoppen worden geplukt voordat deze in bloei komen en worden hierna gedroogd in de zon bij kleine lokale producties.
Bij grote hoeveelheden wordt dit tegenwoordig in een fabriek gedaan.





De kruidnagel werd oorspronkelijk meer als een medicijn gebruikt, dan als een kruid in de gerechten.
Vooral in de Indiase geneeskunde, de Ayureda genaamd, wordt de kruidnagel al eeuwen gebruikt om zijn  weldadige eigenschappen.
Ze bevatten onder andere de stof eugenol, een sterk ontsmettend middel en is actief tegen virussen en bacteriën.
Het helpt bij kiespijn door op een kruidnagel te kauwen maar ook bij een opkomende keelpijn door op een nagel te sabbelen, het vocht zal de bacteriën doden.
De kruidnagel wordt in  zijn oorspronkelijke gedroogde vorm. gemalen en geperst als olie in de handel gebracht.
Bekend is de Friese kruidnagelkaas.



vrijdag 6 oktober 2017

VLIEGENDE HOND OF VOS. SRI LANKA RONDREIS.

SRI LANKA RONDREIS.






VLIEGENDE HOND OF VOS.

Tijdens onze vaartocht in de delta van de Maduwa rivier, zagen we hoog in de bomen de vliegende honden hangen.
Deze ook wel 'vleerhonden' (Pteropodidea) genaamd bestaan uit een familie van 200 soorten in ongeveer 45 geslachten.
Het soort dat voorkomt op Sri Lanka staat bekend onder de naam 'vliegende vos' of 'Indische reuzenkalong' (Pteropus giganteus).
Deze dieren kunnen een spanwijdte hebben tussen de 24 en de 180 centimeter.

Hun gewicht kan oplopen tot een kilo voor de grootste soort de kalong.
De kleinste soorten verschillen qua grootte nauwelijks van de vleermuissoorten die niet tot deze familie behoren.
Er zijn kleine soorten, zoals de 'kleine epaulettenvleerhond' die tussen de 15 en 20 gram wegen.
Vleerhonden danken hun naam aan hun typerende kop, die overeenkomsten vertoont met die van een hond of een vos.
Ze hebben spitse oren en relatief lange nekharen.
Vleerhonden hebben relatief grote ogen aan de voorkant van hun kop, zodat ze zien met een stereoscopisch beeld. Daardoor kunnen ze de afstand precies inschatten.

Omdat ze niet op jacht hoeven, zoals de andere vleermuizen, missen de meeste vliegende honden het orgaan dat echolocatie mogelijk maakt. het zijn nachtdieren die zich oriënteren middels hun gezichts- en reukvermogen.

Vleerhonden komen voor in Afrika, Azië en Australië.
Ze leven in tropische en subtropische bosrijke gebieden.
 De meeste vleerhonden zijn frugivoor, dat wil zeggen dat ze hoofdzakelijk van fruit leven.
Ze kunnen een ware plaag zijn voor de mango- en bananenplantages.
Kleinere soorten leven van nectar en stuifmeel.
De voortplanting geschiedt hangend in de boom, waarbij het vrouwtje door de vleugels van het mannetje wordt omringt. Na een zwagerschap van zes maanden wordt er één hooguit twee jongen geboren. Bijzonder aan deze familie is dat de zogende vrouwtjes in aparte groepen bij elkaar hangen. Na de geboorte blijft de moeder nog een maand bij het jong, maar na deze periode zal ze jong achterlaten in de verblijfplaats om voedsel te gaan zoeken. Na twee maanden kan het jong zelf vliegen, maar het zal dan nog een maand duren eer het zelf meegaat op zoek naar voedsel. Tussen 4 en zes maanden is het geheel onafhankelijk, maar wordt pas na 18 maanden vruchtbaar.
Natuurlijke vijanden zijn arenden, grote uilen, boomslangen, varanen en de mens. De laatste wegens bescherming van zijn fruitoogst, maar ook om ze op te eten, wat in Afrika veel voorkomt.
Vleerhonden kunnen ziekte veroorzakende bacteriën en virussen overdragen aan de mens en zijn huisdieren, zonder dat zij zelf symptomen hebben van die ziekte, maar hebben wel veel antistoffen in hun bloed. Zo waren er vleerhonden positief bevonden op het ebolavirus in Afrika.



AZIATISCHE OLIFANT. SRI LANKA RONDREIS.

SRI LANKA RONDREIS.





AZIATISCHE OLIFANT.

De Aziatische olifant kreeg de wetenschappelijke naam in 1758 van Elephas maximus.
De Aziatische olifant kan in het wild een leeftijd bereiken van gemiddeld 60 jaar.
Het mag dan verre familie van elkaar zijn, toch zijn er duidelijke verschillen tussen de Aziatische- en de Afrikaanse olifant.
Links op de afbeelding (1) de kop Aziatische olifant er (2) de kop van de Afrikaanse olifant.
De Aziatische olifant is veel kleiner dan zijn Afrikaanse soortgenoot, zijn schouderhoogte ligt ongeveer tussen de 2 en 3,5 meter en het gewicht tussen de 3000 en 5000 kilo.


Een ander duidelijk verschil zijn de oren die veel kleiner zijn en naar beneden wijzen en meer tegen de kop liggen. Een van de redenen is dat de Aziatische olifant in meer dicht bosrijk gebied woont en zo zijn oren niet beschadigd. 
tevens verliest de Aziatische olifant zijn warme niet door met zijn oren te flapperen zoals zijn Afrikaanse soortgenoot, maar gebruikt hier zijn slurf voor, wat de Afrikaanse niet doet.
ook heeft de Aziatische olifant pigment vlekken op zijn oren.
Een mannetje wordt stier of bul genoemd, het vrouwtje koe of vaars en het jong is een kalf.
Bij de Aziatische olifanten heeft alleen het mannetje slagtanden.



De slurf van de Aziatische olifant (links) heeft aan het einde een vinger aan de bovenkant.
Zijn Afrikaanse soortgenoot (rechts) heeft boven en onder aan het einde van de slurf een vinger.

Verder verschillen de vorm van de kiezen. (linksonder)



Buiten de kiezen verschillen ook het aantal nagels aan de poten van deze olifanten. 
De Aziatische olifant heeft aan zijn voorpoot vijf nagels en aan zijn achterpoot vier nagels (rechts).
De Afrikaanse olifant heeft aan zijn voorpoot Vier nagels en aan zijn achterpoot drie.

De Aziatische olifant wordt onderscheiden in vier soorten: Ceylon-olifant of Sri Lankaanse olifant (Elephas maximus maximus); de Indische olifant (Elephas maximus indicus); de Sumatraanse olifant (Elephas maximus sumatresis en de Borneo olifant (Elephas maximus borneensis).

De Ceylon olifant is de ondersoort van Aziatische olifant en leeft op Sri Lanka. Ze zijn donkerder van kleur en het zwaarst. Hij valt op omdat vaak slagtanden bij de bullen ontbreken.

De Aziatische olifant eet gemiddeld per dag 150 kilogram plantaardig voedsel, drinkt 80 tot 160 liter water en is zodoende daar 18 uur van de dag mee bezig. Daarbij produceren zij 100 kilo mest per dag, waarin zich nog veel onverteerde etensresten bevinden.


Een vrouwtjes olifant is in het wild pas na 8 jaar vruchtbaar en een mannetjes olifant pas later.
Bovendien zorgt de rangorde ervoor dat een jonge stier nog niet in staat is om te paren. Pas bij het veroveren van een hoge rang mag hij paren en dat is ongeveer met de leeftijd van 25 jaar. De draagtijd van het vrouwtje bedraagt 22 tot 23 maanden en een geboren jong heeft een gewicht van 80 tot 115 kilogram.
Bij de vrouwtjes bevinden zich de tepels tussen de voorpoten. Het jong zwaait de slurf opzij en zet zijn mond om te tepel van de moeder, net zoals de andere zoogdieren drinken.


Een olifant kan  twee jongen tegelijk zogen. Jonge olifanten kunnen ook bij andere vrouwtjes drinken die melk geven.
Na de geboorte kan het jong al meteen lopen en gaat na twee dagen met de kudde mee. Hij blijft in het begin dicht bij de moeder.
Binnen een groep olifanten lopen de vrouwtjes aan de buitenkant om de kleintjes in het midden te beschermen tegen hun natuurlijke vijanden, de hitte en de zon. Verlaten de vrouwtjes de kudde om voedsel te zoeken, dan blijven de jongen achter bij een "oppasolifant".



                             (Kijk jongens zo doe je het als je later groot en oud genoeg bent.)